DAGBOEK SANTIAGO DE COMPOSTELLA

 

PAASNACHT 10 april 2004.

Aan het eind van de Paasnachtviering in de Pax Christi kerk kregen wij de pelgrimszegen. Dat was een mooi moment. Mijn moeder was erg emotioneel en later hoorden wij dat iedereen erg onder de indruk was. Er kwamen veel mensen naar ons toe om ons succes te wensen en een praatje te maken. Van de kerk kregen wij de paaskaars van het afgelopen jaar mee naar huis. Het is bij ons een gewoonte om mensen die zich ingezet hebben voor de kerk de paaskaars van het afgelopen jaar  mee te geven. Wij waren er erg blij mee. Er werd gevraagd of wij een wierookkorrel van de kaars een plekje in Santiago wilden geven. De korrel gaat mee in mijn tasje en wij zien wel waar het terecht komt.

Zondag 11 april.

Traditioneel wordt er in ons gezin op eerste paasdag eieren gezocht. Dit dus ook deze dag. Om 7.30 uur werd iedereen geroepen: ‘de paashaas is geweest’. Om 9.00 uur kwamen Robert, Mandy, Marco, Joëlle, Jan en Elly om ons naar het station te brengen. (Marjolein en Jurgen waren er al). We gingen met de trein vanaf station Schiedam Nieuwland zodat we een goed plaatsje voor de auto’s hadden. Op het station aangekomen werd omgeroepen dat er geen treinverkeer was tussen Vlaardingen en Maassluis vanwege een ongeval. Wij dachten eerst nog even te wachten maar het werd toch wel erg spannend. Als een gek gingen we weer naar de auto’s terug en met 80 km door de bocht naar Rotterdam. Gelukkig waren we nog op tijd en konden rustig afscheid nemen. Het was een moeilijk afscheid, vooral voor Marjolein.

   

In de Thalys ging ik eerst kaartjes kopen voor de metro in Parijs. Nadat ik dat gedaan had stuurde ik Reiki naar Gare du Nord. Het was de eerste keer dat we in Parijs de metro moesten nemen en daar zagen we wel een beetje tegen op.

In Parijs aangekomen hadden we een uur de tijd om over te stappen en daar hadden we meer dan genoeg aan. Het wordt  heel goed aangegeven hoe je van het ene naar het andere station moet lopen. De trein naar Cahors was snel gevonden. Het was een trein met veel wagons en we moesten een behoorlijk stuk lopen voordat wij onze wagon gevonden hadden. Het was een wagon met gangpad en in de coupe was het benauwd zitten. Om 19.13 uur kwamen we op de plaats van bestemming en aan de overkant van het station was meteen een hotel waar we onze eerste overnachting hadden.

Op de kamer hebben wij een lekker kopje koffie/thee gemaakt, onze broodjes opgegeten en even naar huis gebeld om te zeggen dat we goed waren aangekomen. Gelukkig was Marjolein weer over haar verdriet heen.

Buiten gingen we alvast de route bekijken die we morgen gaan lopen. Nou, we kunnen ons schrap zetten want we beginnen al snel te klimmen.

 

Dag 1 maandag 12 april 2004.(Cahors naar L’Hospitalet)

We hebben goed geslapen en na het ontbijt vertrokken we, nadat we eerst brood hadden gekocht voor onderweg, richting Pont Valentré. Dat is een oude vestingbrug waarvan de bouw begon in 1308. In een toren aan de bovenkant ontbrak een steen en daar is bij een restauratie in de 19e eeuw een nieuwe steen met daarop een duivel gebeiteld gemaakt dat verwijst naar een oud verhaal.

   

Over de brug begon meteen al een hele moeilijke steile klim. Af en toe moesten we even op adem komen.

De hele verdere route zou er een worden van klimmen en dalen. Hier hadden wij thuis niet op kunnen trainen met ons vlakke landje. Het is maar goed dat we deze eerste etappe van 32 km  opgesplitst hebben in twee dagen. Zo kunnen we een beetje inlopen. Tijdens een van die op-adem-komen-momenten zaten we heerlijk in het zonnetje te genieten van het schitterende uitzicht. Jaap zei dat de pelgrimszegen die we zaterdag hadden gekregen nu al zijn uitwerking heeft. Bij de lunchpauze passeerden enkele wandelaars ons: ‘Bon appetit’ en ‘bonjour’ riepen ze ons toe. Om 14.00 uur (wel wat vroeg) kwamen we in L’Hospitalet aan. Na navraag bij een dorpsbewoner gingen we naar een huis tegenover de kerk. De vrouw des huizes verscheen op het balkon en ik vroeg of zij een kamer voor ons had. Of we gereserveerd hadden? Nee dus. En nu? We stonden nog even te wachten en toen kwam ze naar beneden en ging ons voor naar achter het huis. Daar kregen we een slaapkamer met douche en toilet. Wat willen we nog meer?

‘Manger?’ vroeg mevrouw. Dit spreek je uit als mangzjee, maar ik verstond ‘ marche’  (winkel) dus ik zei ja. Zij wees op haar horloge een tijd aan (19.00 uur) en wees naar boven. In het woordenboekje heb ik gezien dat manger eten betekent. Toen wij om 19.00 uur boven kwamen mocht ik eerst helpen om de lakens op te vouwen en daarna konden we aan tafel. Er waren nog gasten uit Spanje en Frankrijk die ook aan het wandelen waren. We hebben heerlijk gegeten. Morgenochtend krijgen we nog een petit dejeuner (ontbijt) en we hebben onze eerste stempel in ons paspoort.

 

 

Dag 3 dinsdag 13 april 2004.(L’Hospitalet naar Montcuq)

Veel te vroeg waren we gisteravond naar bed gegaan. Om twee uur werden we wakker gemaakt door een krolse kat. Nadat ik buiten een ksssst geluid had gemaakt werd het weer stil en probeerden we verder te slapen. Om 8.00 uur zaten we weer uitgerust aan het ontbijt. Geroosterd brood, 3 soorten zelfgemaakte jam en kommen thee en koffie. De kommen waren zo groot dat we er voor de hele dag genoeg aan zouden hadden. Het was weer heerlijk weer, iets frisser als gisteren en meer wind. Onderweg genoten we van de mooie prille natuur en van een heel mooi wolkendek waar de zonnestralen door kwamen. De weg was niet zo zwaar als gisteren maar af en toe was er wel een lichte klim en lastig te lopen paden. Om 12.30 uur namen we een wat langere rustpauze. We maakten koffie en thee en aten onze laatste krentenbol op want we waren nog geen bakker tegengekomen. De schoenen en sokken even uit, laten luchten en daarna gingen we weer met frisse moed verder. We kwamen een Zwitsers echtpaar tegen waar we even mee een praatje mee hadden.

Om 15.00 uur kwamen we bij gite du Souleillon in Montquc. Echt een pelgrimsherberg. Het zag er netjes uit en is pas een jaar geleden opgebouwd vanaf een paar muren. We hebben de foto’s van het verbouwen gezien. We werden heel hartelijk ontvangen met koffie en thee. Nadat we naar onze kamer waren geweest gingen we naar het centrum om wat boodschappen te doen. Weer terug in de gite, en na een heerlijke douche, wat wasjes uitgeflodderd en een tukkie gingen we naar beneden voor een repas? Dit bleek een diner te zijn. Wij dachten dat repas iets te maken had met onze pelgrimspas en dus korting kregen op de overnachting. Tijdens het eten heb ik wel gezondigd. Er werd rijst met vogeltjes geserveerd en ik heb me laten overhalen een vogeltje te eten. Het smaakte wel maar ik had er toch heel veel moeite mee en heb besloten dat in het vervolg niet meer te doen. (ik ben vegetariër)

 

Dag 4 woensdag 14 april 2004.(Montcuq naar Durfort-Lacapelette)

 

Vandaag om 8.15 uur vertrokken. De lucht was bewolkt maar al gauw kwam het zonnetje. Het was vandaag een zware tocht met veel klimwerk. We kwamen een echtpaar uit Duitsland tegen die een beetje Nederlands spraken. Ondanks de zware tocht genoten we van wat we tegenkwamen. Mooie vergezichten, madeliefjes langs het pad. Bijna aan het eind van de tocht (nog 2 km te gaan) kwam er een donkere lucht aan waaruit een flinke onweersbui en hagel kwam. Snel de jassen aan en hoezen over de rugzakken. Het pad werd al snel heel modderig en het water gutste naar beneden. Toen we het bijna niet meer zagen zitten stonden we ineens voor een hotel herberg LÁube Nouvelle.  Dat was een geschenk uit de hemel. De eigenaresse van het hotel sprak Nederlands en dat was wel zo prettig. Snel op de kamer onze natte kleding uit en onder de warme douche. We hebben heerlijk gegeten en geslapen.

 

Dag 5 donderdag 15 april 2004.(Durfort-Lacapalette naar Moissac)

We werden wakker met een strak blauwe lucht aan de hemel. Alle kleding was schoon en droog en na het ontbijt gingen we weer op weg. Het Duitse echtpaar ging langs een D-weg lopen want zij hadden geen zin om op de modderige paden te lopen. Nou dat viel reuze mee, sommige stukken waren zelfs droog. Er zaten toch nog wel een paar gemene stijgingen  in de route maar veel minder als gisteren. Het was een mooie route met prachtige panorama  uitzichten. Ongeveer een uur voordat we in Moissac zouden aankomen hebben we heerlijk in het zonnetje zitten eten en koffie gedronken. In Moissac gingen we op zoek naar een slaapplaats en kwamen terecht in Gite Centre d’accueil “Le Carmel”, een voormalig klooster van de karmelietessen. We moesten tot 14.00 uur wachten en daarna na de aanmelding werden we naar onze kamer gebracht. Echt zo’n cel waar vroeger een zuster in heeft geslapen. Haar naamplaatje zat nog op de deur. Nadat we de was hadden gedaan en gedoucht gingen we naar het centrum en hebben daar o.a. de kerk bezichtigd. Toen zijn we op zoek gegaan naar een internet gelegenheid en hebben de eerste mail verstuurd. Dat ging niet zo makkelijk omdat de webmail van access2all (ons computerbedrijf)  er uit lag. Met wat hulp en kopieerwerk is het toch gelukt. In een supermarché hebben we boodschappen gedaan en hebben zelf in de gite onze maaltijd gemaakt. Nog even naar huis gebeld en een ommetje gemaakt. Komen we het Duitse echtpaar weer tegen. Dit was waarschijnlijk de laatste keer want morgen nemen zij de trein naar huis. In het centrum liep een man met dezelfde schelp als wij hebben. Ik liep achter hem aan, riep ‘meneer’ want ik dacht dat hij ook uit Nederland kwam, maar hij kwam uit Denemarken. ‘Tot in Santiago’ zei hij.

 

Dag 6 vrijdag 16 april 2004.(Moissac naar Auvillar)

Na weer een heerlijke nacht, een kop koffie en thee gingen we weer op stap. Het was frisser als gisteren en bewolkt. Vandaag hebben we de variant route gelopen. Dat scheelde een hoop klimwerk maar het was wel eentonig lopen. Alsmaar langs een kanaal. Onderweg ontmoette we een mevrouw die alleen maar Frans sprak dus daar konden we niet zo veel mee. Tijdens de lunchpauze begon het te regenen. Snel de cup a soup eten en regenbroeken aan, hoezen over de rugzakken en weer verder. Het bleef een eentonige weg en het bleef maar regenen. In een bushokje hebben we nog een kleine pauze genomen en toen nog maar 2 km. Naar Auvillar. Het begin van het plaatsje leek wel een spookstad maar verder op kwamen we op een heel leuk pleintje waar ook het bureau de office was. We kregen een stempel in ons pasport en werden door een vriendelijke dame, die probeerde een beetje engels te praten, naar een huis gebracht. We dachten een huis voor ons alleen te hebben, er was een keuken met wasmachine, droger, ligbad en vier bedden. We kwamen net uit het bad toen de buitendeur werd geopend en de dame, die we onderweg waren tegengekomen, binnen stapte. Het bleek dat zij uit Zwitserland kwam en Frans en Duits sprak, dat maakte het communiceren wat makkelijker. Het bleek dat zij en ik (Margareth) veel met elkaar gemeen hadden. Haar naam is Marquerite, zij heeft ook Reiki en nog meer dezelfde interesses.

Nadat Jaap en ik gekookt hadden, Marquerite had zelf eten, hebben Marquerite en ik elkaar en daarna Jaap Reiki gegeven. Dat was heel bijzonder. Zij vroeg ons of ze met ons mocht meelopen tot aan Spanje. Wij vonden het prima.

 

 

Dag 7 zaterdag 17 april 2004.(Auvillar naar Lectoure)

Rond 8.15 uur vertrokken we. Het regende nog steeds en het was weer heel zwaar lopen met grote bonken klei aan onze schoenen. Na een lunchpauze in een open ruimte bij een huis  werd het gelukkig droog. Vandaag zouden we 32 km lopen maar dat was wel veel van het goede. Vier km voor Lectoure kwamen we een man tegen die vertelde dat we dichtbij een gite d’hotes  waren. We zijn daar maar naar toe gegaan want een uur verder lopen zagen we niet meer zitten. De vrouw des huizes bracht ons naar een apart huis waar 3 slaapkamers, een keuken, douche, toilet en wasmachine was. Zij zou voor ons koken en voor mij een omelet  maken. We konden op ons gemak douchen. Na een tijdje werden we geroepen dat het eten klaar was. We mochten bij het echtpaar aan tafel eten. De gastheer schonk ons een glas port in, daarna rosé en daarna rode wijn. Het eten was voortreffelijk en de sfeer heel huiselijk. Er werd voetbal gekeken en in de pauze werden de foto’s getoond van hun eerste kleinkind. Wij waren de eerste gasten in 2004. Ginette was heel lief en zo eenvoudig. Ze deed haar uiterste best het ons naar de zin te maken. Voor het ontbijt kregen we een mand mee waar brood, melk, boter, koffie, thee en zelfgemaakte jam in zat. Zij bracht ons met een zaklantaarn naar onze slaapkamer en kuste ons goede nacht. We hebben heerlijk geslapen.

 

Dag 8 zondag 18 april 2004 (Lectour naar La Romieu)

Een heerlijk zondags ontbijt met geroosterd brood en een gekookt eitje. Het regende weer behoorlijk en onze regenbroeken waren aan de binnenkant nog nat van gisteren. Toen we klaar stonden om te vertrekken kwam Ginette met een boekje voor een overnachtings-plaats in La Romieu. Lief hé? Ze zwaaide ons uit en zo verlieten wij hele lieve mensen. De tocht was weer heel zwaar. Veel regen en modder aan onze schoenen. Maar we werden weer beloond met mooie vergezichten, lieflijke dorpjes in de valleien, mooie bloemen langs het pad en madeliefjes onder onze voeten. Rond een uur of twee kwamen we in Marsolan. Daar was een gemeenschapshuis en de dorpsbewoners dromden er naar binnen om bingo te spelen. Marquerite ging vragen of wij ook binnen mochten komen om ons brood op te eten. Dat mocht. Het was er heerlijk warm en na twee koppen koffie/thee gingen we weer opgedroogd en uitgerust op weg. Inmiddels was het buiten ook weer droog.

Om 18.00 uur kwamen we in La Romieu aan. Bij een gite belden we aan en een vriendelijke dame bracht ons naar een gebouw waar een grote keuken en slaapzaal was. Elke twee bedden werden afgescheiden door een gordijn. Er waren nog 3 wandelaars en er werd veel Frans gesproken (dat was voor ons wel een beetje vervelend) en ook veel gelachen. Een van de dames, Natacha, vertelde dat ze zo’n pijnlijke schouder had. Ik bood aan haar te masseren en dat nam ze graag aan. Ik ben benieuwd hoe we vanavond slapen want dit is de eerste keer dat we met meerdere mensen op een zaal liggen.

 

 

Dag 9 maandag 19 april 2004(La Romieu naar Condom)

Het slapen is erg meegevallen. We stonden op tijd op. Het had de hele nacht vreselijk geregend en het zou vandaag een wisselvallige dag worden. Regen, wind en zon. Onderweg kwamen we regelmatig Denise tegen. Een vrouw uit Canada, sprak hoofdzakelijk Frans en ook een beetje Engels. Deze dag hebben we langs een D-weg gelopen vanwege de modderige paden. Dat is ook zwaar en eentonig lopen. Veel vrachtwagens die een hoop water deden opspatten als ze ons passeerden. Om 13.00 uur kwamen we in Condom aan en vonden een gite in een groot voormalig schoolgebouw op de tweede etage. Boven aangekomen zagen we slaapzalen met 10 bedden. Het leek wel een ouderwetse ziekenzaal. Ook leek het er op dat de bedden allemaal bezet waren, maar gelukkig was Marquerite onderweg iemand tegengekomen die bij het bureau Tourisme werkte en die had er voor gezorgd dat er voor ons bedden waren gereserveerd.  Er was ook een grote keuken en we hadden met de groep van de vorige nacht afgesproken om gezamenlijk te eten. De twee meisjes, Natacha en Anne, zorgden niet zo goed voor zichzelf. Zij droegen geen geschikte kleding en met het eten namen ze het ook niet zo nauw.

Het begint zo langzaam aan al drukker te worden met wandelaars. Veel mensen lopen te strompelen en hebben behoorlijk veel last van blaren. Gelukkig hebben wij daar geen last van. Wel heb ik veel last van pijn in mijn voeten. Morgenochtend ga ik eerst bij de sport-winkel nieuwe zooltjes kopen en gaan mijn steunzolen in de tas. Hopelijk helpt dat. Als avondeten maakten we ratatouille en vruchten salade toe. Na een kleine avondwandeling heb ik Natacha’s schouder en rug gemasseerd. Rond 21.30 uur gingen we in bed en we hebben gelukkig goed geslapen. Wel moest ik Marquerite af en toe een por geven omdat ze zo lag te snurken.

 

 

Dag 10 dinsdag 20 april 2004 (Condom naar Eauze)

We hebben met de anderen ontbeten (Marquerite, Anne, Natacha, Denise, Jaap en ik). Het was erg gezellig maar ik vind het af en toe wel vervelend dat er te weinig Engels wordt gesproken zodat wij niet kunnen deelnemen aan het gesprek. Ik zou vandaag naar de sportwinkel gaan voor zooltjes en konden dus pas na 9.00 uur starten. Voor het mooi gaan we s’morgens te laat op weg. Het is fijn om op tijd bij een volgende slaapplaats aan te komen zodat er genoeg ruimte is voor de dagelijkse dingen en het plaatsje te kunnen bezichtigen. Het was vandaag heerlijk wandel weer. Al gauw gingen onze jassen uit en hebben we maar eenmaal onze regenponcho’s aangetrokken. Er was nog wel veel modder op de paden. De etappe van vandaag was 33 km, maar we hebben die opgesplitst in twee dagen. Als we op tijd ergens aankomen is het niet zo nodig om een rustdag te nemen. Vandaag stoppen we in Montréal-du-Gers .

Daar was gereserveerd in een gite waar we een eigen kamer hadden. De gite heette ‘Relais de St. Jacques’ het was niet zo’n goede gite. De bedden waren slecht en het hele gebouw was in een slechte staat, maar het eten was goed. Vanmiddag hebben wij de man weer uit Denemarken ontmoet. Vanavond zaten we met 5 nationaliteiten aan tafel; Frankrijk, Zwitserland, Canada, Denemarken en Nederland. We hadden leuke gesprekken. Onze ervaring nu is, al spreek je elkaars taal niet goed en iedereen zijn best doet lukt het heel goed om elkaar te begrijpen en plezier te hebben. om 21.15 uur gingen we naar onze kamer, hebben een eitje gekookt voor morgen onderweg en hopen goed te slapen op een matras met een plank eronder!

 

Dag 11 woensdag 21 april 2004.

We hebben wat onrustig geslapen, maar alles bij elkaar viel het erg mee. Er was een strak blauwe lucht dus dat beloofd vandaag wat te worden. Jaap had al vroeg brood gekocht voor onderweg en zo konden we om 8.15 uur vertrekken. Het pad was goed maar af en toe was het wel blubberen en een keer zo erg dat we een stukje een D-weg hebben genomen. Na een paar honderd meter konden we de route weer oppakken. Rond een uur of elf kwamen we in een klein gehucht. Marquerite had zo’n pijn in haar maag dat we zouden pauzeren op een brede stoep van een oud huis. Een oude man kwam naar ons toe en begon een heel verhaal op te hangen. Intussen gaf ik Marquerite Reiki op haar maag en die man maar doorpraten. Hij had waarschijnlijk in geen eeuwigheid zo’n kans gehad. De Reiki had goed geholpen en toen we weer opstonden liet de man ons een klein kerkhofje zien en hij vertelde welke familieleden er begraven lagen. Hij werd daar  erg emotioneel van en ik moest moeite doen om mijn eigen tranen binnen te houden. Zo zie je maar dat verdriet universeel is. Ot denken hebben gezet. ehad die mij aan hveel bezig om over veel mensen en dingen na te denken. hebben genomen. een matras met nder het lopen ben ik veel aan het denken. Ook heb ik een paar dromen gehad die mij aan het denken hebben gezet. De natuur is erg mooi en we hebben de Midi Pyreneeën in de verte gezien. Er komen regelmatig een paar zinnen van het lied  ‘Een stil moment met Hem alleen’ in mij naar boven wat we in de Paasnacht in de kerk hebben gezongen en dan vooral het refrein; ‘Er is genoeg van God in de natuur, wees daar van overtuigd. Je kunt niet zeggen dat je God niet kent, heel de schepping juicht’.

De laatste 7 km liepen we op een monotone weg. Gelukkig waren er veel bomen want het zonnetje scheen goed. Onderweg hebben  we een behoorlijke pauze genomen. Schoenen en sokken uit en pijpen van onze broeken afgeritst. Laat nu de zon ons maar bruinen (verbranden!). In Eauze zijn we eerst naar de intermarche gegaan en daarna naar het bureau office de tourisme. We kregen de sleutel mee van een kamer in een gite. We slapen weer met de groep op een kamer. We hebben heerlijk gegeten en daarna in een gelegenheid werden we getrakteerd om Armangnac. Plotseling begon het vreselijk te waaien en onweren en moesten we springend over de plassen terug naar de gite. Hopelijk is het morgen weer droog.

 

Dag 12 donderdag 22 april 2004. (Eauze naar Nogaro)

Het regende weer behoorlijk en we besloten om niet de GR te volgen maar een D-weg. Dat was maar goed ook want we hoorden dan de paden behoorlijk nat waren. Voordat we op stap gingen wilde Marquerite naar een Aldi winkel om stokken te kopen. Een hond liep met ons mee maar daar hadden we op dat moment geen erg in. Toen we uit de winkel kwamen zagen we pas dat de hond met ons mee liep. De hele weg is hij bij ons gebleven. Zigzaggend over de weg en daardoor moest het verkeer afremmen. Eerst dachten wij dat dat wel een veilig gevoel gaf maar de hond zorgde ook voor hele onveilige situaties. Soms blafte hij tegen een bepaalde auto in een bepaalde kleur.  Misschien uit zo’n soort auto gezet is. Iedere keer als de hond een zijweggetje nam haalden we opgelucht adem. Maar als snel kwam hij ons weer achterna. Tussen de middag gingen we een zaakje in om iets te eten en om een beetje op te drogen. Na ruim een uur gingen we weer op weg en zagen de hond die op ons gewacht had. Om 16.00 uur kwamen we in Nogaro aan. Een eenvoudige gite maar door de mensen die er waren erg gezellig. De hond kreeg een bak water en een mat om op te slapen. Hij was erg vermoeid, 22 km was hij met ons meegelopen. In de supermarche kochten we een blik voer voor hem en dat ging er in een keer in. Gisteravond hadden we twee Nederlandse mannen ontmoet, Emiel en Dirk, en die waren ook in deze gite aangekomen. Ook onze vriend uit Denemarken was er en twee dames uit Noorwegen, Elle en Karen, twee missie zusters.  Het is leuk om steeds dezelfde mensen terug te zien. Vanavond had ik weer geprobeerd een e-mail te sturen.  We slapen met z’n drieën op een kleine kamer. Morgen gaan we vroeg op pad want we moeten een afstand overbruggen van 28 km.

 

Dag 13 vrijdag 23 april 2004. (Nogaro naar Aire-sur-l’Adour)

We hadden weer goed geslapen ondanks dat we zo’n kleine kamer hadden met drie personen en daarvan een die een heel bos omzaagt. Na een klein ontbijt vertrokken we en hebben angstvallig de hond achtergelaten. Later hoorden we dat hij met Karin en Elle toch was meegelopen en weer door iemand anders is teruggebracht. Nadat we brood hadden gekocht zochten we de weg naar de goede richting. Na wat vragen hadden we het snel gevonden. Het werd de hele dag langs een D- en een N-weg lopen. Gelukkig was het niet zo druk op de weg. Na een paar uurtjes hadden we een kleine pauze gehouden op de treden van een kruisbeeld voor een gesloten, hele oude kerk. Er stond een hele grote, ook oude boom waar Marquerite en ik onze armen om heen geslagen hebben om de energie te voelen. Om ongeveer 13.30 uur liepen we weer richting een kerkje op zoek naar een zitplaats. In een tuin zagen we een tafel en een paar stoelen. Marquerite ging vragen of we daar mochten picknicken en dat mocht. We kregen zelfs een kom voor de thee. We hadden heerlijk van het inmiddels doorgekomen zonnetje genoten. Nadat we het kerkje hadden bezocht ging onze tocht weer verder.

In Air-sur-l’Adouraangekomen vroegen wij de weg naar het gereserveerde gites d’hotes. Dat was 6 km terug. Marquerite heeft die mensen gebeld en ze kwamen ons binnen een kwartier ophalen. Door de gastdame moest nog een boodschap gedaan worden, dochtertje uit school halen en toen door het centrum heen werd de auto stil gezet voor de Kathedraal. We mochten vlug een kijkje gaan nemen en zouden dan weer naar de auto terugkomen. In de kathedraal werden we heel hartelijk begroet door een soort pelgrimscomité  die vroegen  of we pelgrims waren. We konden onze pelgrimspassen laten afstempelen in een daarvoor bestemde ruimte en kregen limonade siroop en paaseitjes.  Een andere dame sprak Duits en begon meteen een gesprek met ons. Zij vertelde dat er om 18.00 uur een kleine gebedsdienst was met de pelgrimszegen. Of wij daarbij wilden zijn? We moesten wel met de auto  mee terug. Dat was geen probleem, een van de dames zou ons wel naar de gite brengen. Voordag het 18.00 uur was konden wij het stadje nog even bezichtigen. Toen we om 17.30 uur weer bij de kerk kwamen moesten we gelijk naar binnen want de priester was er al. We liepen naar de Mariakapel en men begon een pelgrimslied te zingen, daarna sprak de priester een gebed uit en zegende ons. Wat een speciale ervaring was dat. We liepen nog even in de kathedraal rond om het mooi gerestaureerde deel te bewonderen. Daarna werden we naar de gite gebracht nadat we hartelijk gedag gekust werden, echt op z’n Frans. De gite was gelegen in een hele grote boerderij met op de boven verdieping een mooi gasten verblijf. Om 19.00 uur gingen we aan tafel met, Karin, Elle, en een man uit Berlijn die op de fiets was. Het gastechtpaar en een vader daarvan aten met ons mee. Het was weer heel gezellig en we probeerden met elkaar in het Duits en Engels te praten. De was werd gedroogd in een grote rommelige ruimte met een grote ventilator daar onder. We hadden weer een eigen kamer dus we zullen wel weer goed slapen.

 

Dag 14 zaterdag 24 april 2004 (Aire-sur-l’Adour naar Arzacq-Arraziguet)

Na het ontbijt werden we door de gastheer met de auto weggebracht. Er stond vandaag 30 km op het programma maar we werden zo’n kleine 5 km verder op de route gezet. Het was behoorlijk mistig maar de temperatuur was goed. We hebben de gewone GR-route gevolgd en dat liep in het begin goed. Later begonnen we toch wel weer erg te baggeren. We kwamen een groep jagers met veel honden tegen. Zoals gewoonlijk had Marquerite er een praatje mee. In het dorpje Pimbo zagen we bij een kerk een ronde stenen picknick tafel en hebben daar heerlijk gegeten. Karen en Elle kwamen ook langs en bleven gezellig bij ons zitten. Na het eten gingen we met z’n allen het kerkje binnen en bij binnenkomst ging het licht automatisch aan en zagen we een bijzonder mooie kerk. We waren er stil van. Elle ging het lied ‘Laudate omnes gentes’ uit Taize neuriën waarop ik de tekst begon te zingen. Elle, Karen en ik zongen dit lied een paar keer. Het klonk zo mooi dat we er kippenvel van kregen. Daarna sprak Marquerite een gebed uit en gingen we weer naar buiten. Een hele bijzondere ervaring. Als er geen mist zou zijn geweest hadden we de Pyreneeën kunnen zien. Gelukkig kwam na een tijdje de zon weer door en kon er al gauw weer van alles uit, vest, broekspijpen omlaag en pet op. In Arzacq vonden we een gite met 77 bedden, dus plaats genoeg. We gingen boodschappen doen voor 7 personen, voor Elle, Karen, Marquerite, Jaap en ik en nog twee Franse wandelaars. Met elkaar hebben we gekookt waar veel groente, wijn en room aan te pas kwam. Als extraatje was er een glas Floc, dat is een soort port uit deze streek. De slagroom die over was werd gezamenlijk geklopt met een vork wat veel lol opleverde. De twee Franse mannen deden de afwas dus daar kwamen we goed van af. We sliepen met 5 personen op een zaal.

 

Dag 15 zondag 25 april 2004 (Arzacq naar Maslac)

Vannacht ben ik wakker geworden en was misselijk. Ik had veel moeite om uit bed te komen maar ja, we moesten wel door. Wij liepen weer met ons vijven. Karen had heel veel last van haar voeten. Haar voeten waren een en al blaar. Mijn misselijkheid werd er ook niet beter op. Toen we weer een onbegaanbaar modderig pad omhoog zagen protesteerde mijn lichaam á la minuut. Alles kwam er uit.

Waarschijnlijk is het eten van gisteren toch te veel van het goede geweest. We besloten terug te lopen naar de weg om te proberen een lift te krijgen. De eerste de beste auto was raak. Hij bracht ons tegen een kleine vergoeding 19 km verderop. Dat was in het plaatsje Artez de Bearn. De resterende 9 km zouden Karen en ik proberen te lopen, maar het lukte mij echt niet, ik bleef maar overgeven. Jaap en Marquerite besloten te gaan kijken of er ergens een taxi te vinden was of een slaapplaats en gelukkig vonden ze een geweldige gite (Maison des Pelerins) op nog geen 5 minuten lopen. Jaap kwam mij en mijn rugzak ophalen en ik kon gelijk mijn bed induiken. Het was gelukkig niet druk zodat wij een zaal voor ons alleen kregen. In de middag kwam er een vrouw onze was ophalen die voor ons, wel tegen een kleine vergoeding, gewassen werd. Gelukkig knapte ik na een paar uur slapen weer een beetje op en kon s’avonds een beetje eten en nog even van het mooie uitzicht genieten.

 

Dag 16 maandag 26 april 2004 (Artez de Bearn naar Navarrenx)

Ik was gelukkig weer opgeknapt, het rommelde nog wel een beetje maar ik was weer in staat om te lopen. Het beloofde een mooie dag te worden. Onderweg hadden we een goed zicht op de Pyreneeën. Schitterend! Na een stuk te hebben gelopen kwamen we erachter dat we de route kwijt waren. Een mevrouw fietste aan de overkant van de weg en riep ‘oehoe’ en wees de richting die we moesten gaan naar Maslacq. Jaap zei: ‘op deze reis ben ik in engelen gaan geloven’. Het is inderdaad waar, als we onderweg iets nodig hebben lijkt het steeds in onze schoot geworpen te worden. De tocht was erg zwaar en op een gegeven moment zag Marquerite het niet meer zitten. Ze ging liften maar in eerste instantie lukte dat niet zo goed, totdat ze wel succes had en zo werden wij het laatste stukje naar Navarrenx gebracht. Daar aangekomen bleken alle slaap gelegenheden vol te zijn. Een bareigenaar  ging voor ons bellen en wij werden opgehaald door Mevrouw Prat uit Dognen. Terwijl wij op de auto wachtten zagen we Elle en Karen op het plein lopen.

De auto kwam voorrijden en we werden naar een klein chateau gebracht. We kregen daar een fijne kamer, heerlijk eten  en daarna mocht ik een e-mail naar huis sturen. Het was inmiddels behoorlijk laat geworden. Morgen moeten we weer vroeg op pad want er wacht ons weer een lange dag.

 

Dag 17 dinsdag 27 april 2004 (Navarrenx naar St. Palais)

Na een zeer uitgebreid ontbijt, brood, geroosterd brood, yoghurt, appelmoes, werden wij met de auto ongeveer 10 km verder op ons pad gezet. (vanuit Navarrenx naar Dognen was ongeveer 3 km dus nog 7 km verder). Anders moesten we 32 km lopen en dat was te veel van het goede. Het was frisser dan gisteren en na een poosje kwamen we bij kasteel Mongaston aan. Marquerite en ik liepen zonder rugzak naar boven om het te gaan bezichtigen. Jaap bleef beneden. We hadden alle moeite voor niets gedaan want het kasteel was gesloten. Om ongeveer 12.30 uur zochten we een picknick plek en vonden die in de vorm van een grasveld. Marquerite zag op het erf van een boerderij een bank staan en ging vragen of wij daar gebruik van mochten maken. De bank werd op een plekje in de schaduw gezet en daar hebben we heerlijk gegeten en koffie gezet. Wel makkelijk om zo’n klein gasstelletje bij je te hebben. Toen we weg wilden gaan kwam Marquerite met de boerin in gesprek en deze laatste ging voor ons eieren koken als noodrantsoen. Zij dacht dat wij geen gelegenheid meer hadden om iets te kopen. Ook kwam zij met een pot paté naar buiten. Wij vroegen hoeveel geld zij wilde, maar pelgrims hadden een speciaal plekje in haar hart. Zij wist een kortere route voor ons maar dan moesten we wel over haar weiland naar boven. Ze liep een stuk met ons mee en liet ons daarna achter. Het weiland was alleen niet zo toegankelijk meer want we moesten veel moeite doen om over afrasteringen van prikkeldraad heen te komen. Achteraf was het niet zo’n goed idee van haar, maar het was goed bedoeld. We waren nu echt onze route kwijt maar gelukkig zagen we in de verte een man op een tractor dus we liepen die richting op. De man op de tractor wees ons de goede richting. (weer een engel?)  Een stuk verder kwamen we een kudde koeien, schapen  en een groep studenten tegen die ook aan het wandelen waren en kwamen daar ook mee in gesprek. Na een paar uur  waren we van het vele klimmen en omlopen behoorlijk moe geworden en besloten in Larissanne nog te proberen een lift te krijgen. Dat lukt in het begin niet zo goed maar toch stopte er eindelijk een auto. We waren verrast toen we zagen dat de chauffeur een van de wandelaars van de groep studenten was. Zij woonde zelf in St. Jean Pied de Port maar wij wilden naar Ostabat want wij vonden het leuk om de andere dag  St. Jean Pied de Port lopend binnen te komen. In Ostabat waren alle gites vol maar we zagen een bord dat 800 m verder nog een familie gite was voor 20 gasten. Bij aankomst vroegen wij of er nog plaats was en Jaap en ik kregen de privé slaapkamer en Marquerite mocht op de bank in het dagverblijf slapen. Er was alleen een probleem met het water zodat we niet konden douchen en naar het toilet. Na een paar uur was dit alles verholpen. De twee Franse mannen die we al eerder hadden ontmoet waren er ook en zeiden dat dit een pelgrims fabriek was. Kleine slaapkamertjes, benauwd en niet schoon, maar toen we met 20 mensen aan tafel gingen voor het avondeten was het me toch gezellig. De gastheer (een echte Bask) schonk voor iedereen een glas wijn in en zette een Baskisch lied in. Er werd luid geapplaudisseerd en daarna was het hek van de dam. De een voor de ander begon een lied in te zetten, waaronder ook het pelgrimslied dat we eerder in de kathedraal hebben gehoord,  en op het laatst werd van iedereen verwacht een lied te zingen uit het land van herkomst. Ondertussen begon ik te verzinnen wat ik zou zingen en kon niets anders bedenken dan ‘daar bij die molen’. Er werd ook ‘Vader Jacob’ gezongen in verschillende talen en op het laatst zaten we bij een lied met de armen in elkaar gehaakt mee te wiegen. Als afsluiting zong de gastheer nog een slaaplied.  Het was een geweldige avond. We gingen met een tevreden gevoel naar bed.Dat het bed niet zo fris was kon ons niet deren. Lekker in onze eigen slaapzak en zo min mogelijk bewegen.

 

 

Dag 18 woensdag 28 april 2004(Ostabat naar St. Jean Pied de Port)

Vanmorgen na het ontbijt gingen we met een hartelijke kus van de gastheer en dame op weg. De laatste etappe in het Fransse.

Het regende weer behoorlijk en we besloten langs de D-weg te blijven lopen. We werden behoorlijk nat, ook onze schoenen bleven dit keer niet droog en na een poosje liepen we echt te soppen. In St. Jean Pied de Port aangekomen was het even zoeken naar een gite, maar na een paar adressen te hebben bekeken vonden we er toch nog een. We wilden namelijk een gite met een keuken. Het was eerst wel even wennen. In het hele gebouw was maar een douche en de toiletten waren buiten. Maar daar tegenover stond dat we onze kleding hebben kunnen wassen en drogen en onze schoenen op de kachels konden zetten. In de loop van de middag druppelden de pelgrims binnen. Morgen nemen we een rustdag en kunnen dan het plaatsje op ons gemak bekijken. We mogen tot na 12.00 uur blijven.

Het is de bedoeling dat we in de middag 4 km omhoog lopen naar Hunta. Dat scheelt weer een stukje van de tocht over de Pyreneeën.

 

 

Dag 19 donderdag 29 april 2004 (St. Jean Pied de Port naar Hunta)

Vanmorgen hebben we heerlijk uitgeslapen, gedoucht en ontbeten. We hebben nog een was kunnen draaien zodat alles weer lekker schoon is. In St. Jean Pied de Port hebben we wat rondgelopen en bij het pelgrimsbureau een stempel en een nieuwe pas gekocht. We kregen een plattegrond mee en instructies voor in de bergen. Vandaag hebben we 5 km gelopen naar Hunta en daar zijn we lekker vroeg aangekomen en konden van het mooie uitzicht en het zonnetje genieten. We bereiden ons er op voor dat het morgen koud en mistig zal zijn. Marquerite heeft veel aanspraak en heeft het over dingen die ik ook interessant vind. Ik merk nu dat ik het jammer vind de taal niet te spreken. Later zou blijken, toen wij zonder Marquerite liepen, dat we ook die leuke kontakten kregen. Nu deden de mensen moeite om in het Engels met ons te praten. We zouden aanvankelijk in een ‘kippenhok’ slapen maar toen we in een andere ruimte mooiere kamers zaken voor bijna de zelfde prijs als ons kippenhok besloten we te vragen of we konden verhuizen. Gelukkig is dat gelukt en hadden we een mooie kamer met een heerlijke  douche. Voor de zoveelste keer hebben we weer veel te laat en veel te veel gegeten. Ik had daar veel last van en kon niet goed inslapen en morgenochtend loopt de wekker al om 6.30 uur af.

 

Dag 20 vrijdag 30 april 2004 (Hunta naar Roncesvalles)

Om 7.45 uur gingen we op pad. Wij waren niet de enigen. Tientallen liepen voor en achter ons. Het was gelukkig droog, maar het was  wel zwaar lopen. Gelijk de hoogte in. Maar gelukkig wendden  we  er snel aan. Het was koud en er stond veel wind. Toen we aardig gestegen waren begon het plotseling te sneeuwen en hard te waaien. Een heuse sneeuwstorm.

 

 

Maar zo plotseling als dat begon was het ook weer over en was er weer een mooie blauwe lucht. We werden verrast door een mooi Mariabeeld een stuk van het pad af. Dat was wel iets om even voor stil te staan. Onderweg kwamen we een jongeman uit Noorwegen tegen die we al een aantal keren eerder hadden ontmoet. Het was een hartelijk weerzien. Ook kwamen we een meisje uit Korea tegen die niet echt op zo’n wandeling gekleed was. Ze liep op witte, lichte schoentjes en had een plastic tas in haar hand met water e.d. erin. Ze dreigde vast te lopen in de modder maar dankzij de galante hulp van Jaap kwam ze er goed van af. Het laatste stuk naar Roncesvalles was een behoorlijke afdaling van bijna 3 km. Halverwege moest ik stoppen omdat mijn benen wel van elastiek leken. Om 15.20 uur kwamen we in Roncesvalles aan en moesten tot 16.00 uur wachten voordat we ons konden inschrijven. Het begon behoorlijk vol te lopen met pelgrims. Elle en Karen waren hier ook aangekomen. Na de inschrijving kregen we een bednummer en gingen naar een gebouw dat vol stond met stapelbedden (116 bedden) en elk bed had een nummer. We werden begroet door Nederlandse vrijwilligers. Om 20.00 uur was er een pelgrimsmis met zegen. Op vertoon van onze pelgrimspas konden we in een restaurant een pelgrimsdiner gebruiken. Dat was erg gezellig en alles stond al klaar toen we binnen kwamen. Om 22.00 uur ging het licht in de slaapzaal uit en morgen om 6.00 uur weer aan. Om 8.00 uur moesten we allemaal de deur uit zijn.

 

Dag 21 zaterdag 1 mei 2004 (Roncesvalles naar Zubiri)

Het was een drukste van jewelste. Iedereen was druk bezig zich klaar te maken voor de volgende etappe. Veel geritsel van plastic zakken. Dat geluid zullen we de hele verdere reis horen. Ik had behoorlijk hoofdpijn en besloot nog even te blijven liggen. Maar ja, we moeten verder, dus toch maar in de kleren. Beneden hebben we nog een kopje koffie gedronken. We hebben nog een gezellig praatje met de vrijwilligers gemaakt en zij adviseerden ons de rugzakken na te kijken en wat we niet nodig hadden weg te doen.

Het was vanmorgen fris maar heerlijk wandelweer. In het eerste dorpje aangekomen hebben we heerlijk koffie, thee en wat lekkers erbij gebruikt. Het zou vandaag een middelzware dag worden. Het pad is deels verhard en deels onverhard en dat betekent, na de regenval van gisteren, veel drassige paden. Soms weet je niet meer waar je je voet moet neerzetten.

 

Je loopt van de ene graspol naar de andere. Doordat we veel op Marquerite moesten wachten liepen we langer dan nodig was en ik was het dan ook eigenlijk wel erg zat. In Zubiri wilde ik dan ook naar een slaapplaats zoeken. Dat viel niet mee want in de enige refugio die er was waren nog maar 3 bedden over. Het was daar een smerige boel, vooral de douche gelegenheid. Het toilet kon je alleen maar inkomen als je je heel smal maakte en naast de pot binnen stapte. Er was een uitholling in de deur gemaakt die om de pot heen liep. Ik wilde een hotelletje zoeken maar alles was al vol, dus we hadden geen andere keuze. In een restaurant hebben we met een aantal mensen gegeten. Dat was wel weer erg gezellig. Laat op de avond kwamen er twee fietsers het gebouw binnen, met fiets en al, lagen hun slaapmatje op de grond en gingen liggen.

 

Dag 22 zondag 2 mei 2004 (Zubiri naar Pamplona)

Het had vannacht behoorlijk geregend dus besloten we het eerste stuk tot aan Larrasoaňa langs de weg te lopen. Het was gelukkig droog vandaag en het beloofde een mooie dag te worden. In het plaatsje Auritz aangekomen gingen we in een bar ontbijten, speciaal voor pelgrims. Buiten stonden al de nodige rugzakken en het was binnen heel gezellig. Toen we weer op weg gingen kwamen we langs het gemeente huis en daar zat de burgemeester om de pelgrimspaspoorten af te stempelen. Het pad van vandaag was als licht aangegeven maar door de modderpaden toch wel erg lastig. De paden lopen langs kleine en grotere watervallen. Het landschap en de dorpjes zien er heel anders uit dan in Frankrijk. Ook op deze weg komen we regelmatig dezelfde mensen tegen en dat is wel erg leuk. In Trinidad de Arre kwamen we via een brug bij een mooie kerk.

 

Daar werden we meteen door verwezen naar iemand i.v.m. een stempel. Op dat moment hoorden we vanuit de kerk een Alleluia zingen en wij gingen naar binnen en hadden het laatste stukje van de viering meegemaakt. In datzelfde plaatsje hebben we in een rokerige bar een pelgrims menu gegeten. Het was er wel erg gezellig.

Na ongeveer een uur kwamen we in Pamplona. De refugio was in een klooster. Ook hier hadden de bedden een nummer. Er waren veel mensen en ook weer veel bekenden. Het is toch wel handig dat de bedden een nummer hebben, zo hebben Jaap en ik altijd een onder- en bovenbed. Het voordeel daarvan is dat we dan één bed hebben om op te zitten. Na een heerlijke douche, de was gewassen en een uurtje rusten gingen we de stad bekijken. Onderweg kwamen we Elle en Karen weer tegen. Gisteren hadden we al afscheid van ze genomen want we zouden ze waarschijnlijk niet meer tegen komen. Deze dag sliepen zij in een hotel en gingen de andere met de bus naar Barcelona en vandaar met het vliegtuig terug naar Noorwegen. In het centrum hebben wij op een terras in het zonnetje gezeten en een e-mail naar huis gestuurd. Op de stoep van een kerk, in het zonnetje, heb ik in mijn dagboek geschreven. De pastoors die we hier zien dragen nog van de lange pijen en zo’n kapje op hun hoofd.

 

Dag 23 maandag 3 mei 2004 (Pamplona naar Puenta la Reina)

Vanmorgen was het al heel vroeg een behoorlijke drukte met mensen die al hun rugzak aan het pakken waren. Wij gingen om 7.30 uur weg en namen in Pamplona nog een ontbijtje. Het was heerlijk wandel weer. Wel een beetje fris en er stond een aardig windje. De wind werd op de helling van Sierra alleen maar erger. We liepen omhoog waar over de hele bergkam veel windmolens staan. We werden zo door dat uitzicht in beslag genomen dat we heel onverwacht bij een modern pelgrimsmonument kwamen. Het is leuk om in plaatsjes en bij bijzondere dingen te komen die je al van uit de boeken of via dia’s hebt gezien en er dan ineens zelf te zijn of er voor te staan.

Het waaide nog steeds erg hard en het was koud, daardoor hebben we te weinig pauzes gemaakt. In Uterga hebben we op een bankje voor een huis en uit de wind ons brood gegeten. De weg naar Uterga was erg lastig. Het was behoorlijk stijl naar beneden en vol met grote kiezelstenen. Om 15.00 uur kwamen we in Puenta la Reina  aan. Het eerst bij een hotel waar mensen ons naar binnen lokte met een aantrekkelijke prijs. Wij dachten een eigen kamer te krijgen maar werden naar de kelder gebracht waar ook allemaal stapelbedden stonden. We gingen dan toch maar liever naar een gewone refugio. In de herberg van de Padres Reparadores werden we heel hartelijk ontvangen en het zag er allemaal goed uit. Eerst weer lekker gedoucht en daarna weer naar buiten. We hebben de beroemde brug van Puenta la Reina bekeken en gefotografeerd. Het was verder maar een saai stadje. We gingen terug naar de refugio en daar heb ik lekker in mijn slaapzak een tukkie gedaan. Toen ik weer beneden kwam zag ik dat iedereen met plastic tasjes gevuld met boodschappen liepen. De winkels waren om 17.00 uur weer open gegaan en daar hebben wij brood en andere lekkere dingen gekocht om vanavond te eten. Het was erg gezellig in de keuken. Iedereen was een beetje aan het kokkerellen en aan het kletsen.

 

 

Dag 24 dinsdag 4 mei 2004 (Puenta la Reina naar Estella)

Vanmorgen waren we weer vroeg op en aten het brood op dat van gisteren was overgebleven. Vanaf vandaag lopen we samen verder, dus zonder Marquerite. Het was bewolkt en aan de frisse kant maar prima wandelweer. Er verscheen een hele mooie regenboog en ik moest aan Shirley Maclane denken die in haar boek schreef dat de kleuren van de regenboog gelijk zijn aan de chakra’s. Op die manier kijk je weer anders naar een regenboog. Ik raak van een regenboog altijd in vervoering en het doet mij denken aan verhalen uit de bijbel waarin je verhalen kunt lezen waarin de regenboog centraal staat. Ook iets van ‘God laat ons niet in de steek’.

De tocht van vandaag was weer behoorlijk zwaar en de route werd gemarkeerd door aanwijzingen van de wegwerkers. Er wordt een nieuwe weg aangelegd waardoor wij regelmatig over stukken onafgemaakte paden en tussen de vrachtauto’s door moesten lopen. Ook was het pad op sommige plaatsen weer erg nat en modderig. Nadat we het dorpje Lorca waren gepasseerd liep er een Fransman mij voorbij en wilde met een paar grote stoere stappen de plassen via grote keien ontlopen. Hij gleed uit en gilde van de pijn. Als reactie gilde ik ook en Jaap, die een stuk vooruit liep, schrok daar vreselijk van en kwam snel naar ons toe gerend. De man wees naar zijn enkel en maakte een geluid waarmee hij wilde duiden dat zijn enkel gebroken was. Voorzichtig heb ik zijn schoen los gemaakt en hebben we geprobeerd hem zo comfortabel mogelijk te laten zitten, hij zat midden in de modder. Via de mobiel hadden we geprobeerd een ambulance te bellen maar dat lukte in eerste instantie niet. Gelukkig kwam er een Spaanse wandelaarster langs en die kreeg wel contact met de eerste hulp. Samen met Jaap is zij naar Lorca terug gelopen om de ambulance op te wachten en naar de plaats van het ongeval te brengen. Voor deze Fransman was de camino snel afgelopen. Later op de avond hoorden wij dat hij de andere dag naar een ziekenhuis in Frankrijk zou worden gebracht om geopereerd te worden aan zijn afgescheurde enkelbanden.

Doordat het steeds zulk slecht weer is en de paden erg nat nemen we nog steeds te weinig tijd om te rusten en dat gaat ons wel een beetje opbreken. In het plaatsje Cirauqui was de plaatselijke markt. Zegge en schrijve twee kramen waar we gedroogde pruimen en abrikozen hebben gekocht. Goed voor onze stoelgang. In Estella aangekomen was de refugio ‘los amigos del camino de santiago’ bijna vol. Ik ga een beetje wennen aan de refugio’s maar zou het wel prettig vinden om weer eens lekker in een hotelletje te slapen.

Ik hoopte dat de was de andere morgen droog was anders had ik geen schone sokken meer en dat leek me niet zo’n prettig idee.

In de keuken van de refugio hebben we een heerlijk pelgrimsmenu gekookt. Soep, linzen, brood en yoghurt. De fles wijn en de soep werden met andere pelgrims gedeeld. Heel gezellig allemaal. De slaapzaal stond vol met 36 bedden dus maar hopen dat we goed zouden slapen.

Dag 25 woensdag 5 mei 2004 (Estella naar Los Arcos)

Vandaag waren we al om half 7 op pad. We hadden vanaf 21.00 uur de vorige avond goed geslapen. Het weer was bewolkt en nog steeds aan de koude kant. In een panaderia au café hebben we ontbeten en zo rond 7.00 uur gingen we echt op pad. De weg was op veel plaatsen weer erg slecht begaanbaar. Net zoals gisteren stonden we ook vandaag weer plotseling voor een verrassing. In Ayegui passeerden we een complex van het wijnhuis Irache. Daar is een heel bijzondere pelgrimsbron, er komt niet alleen koel water uit, maar ook de rode wijn die hier wordt geproduceerd, twee kranen naast elkaar. Wij hadden alleen de pech dat we er te vroeg waren. Vanaf 9.00 uur zou de bron pas weer wijn geven. Maar het was wel erg leuk om te zien.

 

Het verdere pad was erg eentonig. Lange paden, veel wind en af en toe een beetje regen. Na iedere bocht hoopten we Los Arcos te zien maar dat liet nog lang op zich wachten. Jaap had vandaag veel last van zijn been en voor mijn voeten werd het ook tijd dat we een slaapplaats vonden. Maar ook aan deze etappe kwam een eind en de eerste de beste refugio was voor ons, ‘Albergue de peregrino “La Fuente”’. Een goed onderkomen met mooie wasgelegenheid en een goede keuken. ’s Avonds aten we soep, gebakken aardappelen en groente. De andere pelgrims komen altijd nieuwsgierig op de lucht van ons eten af. Om 20.00 uur gingen we naar de pelgrimsmis. De kerkdiensten zijn hier wel bijzonder. Nog echt ‘Rooms’. Er wordt hier in Spanje veel de rozenkrans gebeden en zeker in deze mei-maand. Aan het einde van de mis werden alle pelgrims naar voren geroepen. Het waren er weer heel wat. Jacqueline, een Franse vrouw die we hadden ontmoet, was er ook en tijdens de zegen pakten wij elkaar heel ontroerd vast. Dat zijn toch wel heel bijzondere momenten. Na de zegen werd het gebed op een mooi kaartje in verschillende talen uitgedeeld. Ook in het Nederlands. De priester zei tegen ons; ‘Good Bye’ waarop ik reageerde met een ‘Tot Ziens’. Hij vroeg ‘wat is tot ziens’, nou dat is hetzelfde als ‘good bye’ in het Engels. Ook dat was weer een mooi moment.Het regende af en toe behoorlijk en we krijgen nu toch wel erg veel behoefte aan iets mooier weer.

 

Dag 26 donderdag 6 mei 2004 (Los Arcos naar Viana)

Toen we vanmorgen na een fruitontbijtje op weg gingen was het buiten droog en was de lucht helemaal blauw. We hadden gedacht onderweg brood te kunnen kopen maar er was nergens een panaderia. Gelukkig hadden we nog een muesli reep, een banaan, gedroogde abrikozen en pruimen bij ons. Met de pruimen moest ik wel gaan minderen want het werkte een beetje te sterk op mijn darmen. De weg was weer slecht begaanbaar vanwege de vele regen. Het was weer voorzichtig zoeken hoe je je voeten moest neerzetten en om van de ene naar de andere graspol te lopen. De bagger bleef weer aan onze schoenen kleven. We besloten dan toch maar een groot stuk langs de N111 te lopen. We kwamen al om 11.55 uur aan in Viana en konden nog net op tijd brood kopen voor de lunch. De refugio had kleine slaapzalen met drie-hoog-stapelbedden. Wij waren een van de eersten dus we kregen gelukkig een onder- en een tweede bed.

Er was een grote keuken met een koelkast waarin een aantal levensmiddelen stonden die we mochten gebruiken. De twee eieren die daar in lagen waren dus al snel gekookt. Ik had vandaag weer iemand kunnen helpen met een massage en Reiki aan haar been te geven. Het had haar goed geholpen. We moeten er nog wel steeds aan wennen dat de winkels s’middags zo’n tijd dicht zijn. Ook hier in Viana zijn we naar de kerk geweest en ook hier kregen we de pelgrimszegen met wijwater. De priester zei tegen ons dat er drie dingen op je pelgrimstocht belangrijk zijn; 1. elke dag wanneer je gaat wandelen, probeer dan de eerste 20 á 30 minuten in stilte te lopen om contact te maken met God; 2. als je s’ avonds in de refugio bent probeer dan om het de andere pelgrims naar de zin te maken; 3. als je in Santiago bent aangekomen bid dan voor allen die je lief zijn, voor alle pelgrims die nog onderweg zijn, voor de priesters en voor de wereld. Na de kerkdienst gingen we weer terug naar de refugio om een kopje thee te drinken en kwamen in contact met een jong stel uit Nederland, Jaco en Marit. Jaco is uitvinder van beroep en wij hebben hem de hele verdere weg Willie Wortel genoemd. (alleen voor onszelf natuurlijk)

Dag 27 vrijdag 7 mei 2004 (Viana naar Navarette)

Alsof er iemand in zijn bed had geplast. Om 5.30 uur waren de eerste al op en was er een hoop lawaai van ritselende plastic zakken. Ik was nog niet helemaal uitgerust dus bleef ik nog een half uurtje liggen. Het leek deze dag wel of mijn benen van lood waren, ik moest mezelf voortsjokken. Vanwege de nog steeds natte paden liepen we het eerste stuk weer op de N 111 maar ik werd al het vrachtverkeer gauw zat. Nadat we de gewone route weer hadden opgepakt werd het mooier lopen met naderhand een mooi uitzicht op Logrono. Dit is een grote stad en ook hier werden veel gebouwen gerestaureerd. In een bar vlakbij het parlementsgebouw hebben we wat gegeten en gedronken. Toen we de stad hadden verlaten liepen we eerst door een industrie terrein dat later uitkwam in een mooi recreatie gebied. Er waren veel schoolkinderen met een soort speurtocht bezig. Langs ons pad werden we aangemoedigd door gezang van vogels die we niet konden vinden. Wel zagen we een ooievaar vliegen. Later liepen we secundair met de grote weg langs een afrastering. In die afrastering waren wel honderden kruisjes van takjes en stokjes door pelgrims gemaakt. Wij vonden dat we niet konden achterblijven dus gingen ook op zoek naar geschikte stukjes hout. Al snel zagen we de stad Navarette in de verte liggen, maar eerst namen we nog een kleine pauze om ons brood op te eten. Om 13.30 uur kwamen we bij de refugio aan. Hij was gelukkig al open en nadat we in het daarnaast gelegen cafeetje wat hadden gedronken gingen we ons in de refugio melden. Na een heerlijke douche en de was gedaan hebbende heb ik lekker even geslapen. Daarna hadden we buiten wat rondgelopen en de kerk bezichtigd. Er is hier veel goud dat blinkt boven het altaar en Maria staat hier in alle kerken centraal. In de winkel hebben we wat eten voor vanavond gekocht. Het is iedere keer weer leuk om iedereen bezig te zien zijn maaltijd klaar te maken. Ook wordt er onderling veel gedeeld. We gaan vanavond op tijd op bed liggen. Wat lezen en muziek luisteren. Het was vandaag een koude dag met veel wind. Uit de wind en in de zon was het wel lekker. Volgens de TV zijn de weersvooruitzichten niet zo goed.

 

Dag 28 zaterdag 8 mei 2004 (Navarette naar Nájera)

Ik was redelijk goed uitgerust en wij zouden vandaag niet zoveel lopen, 16 km. Ik had vandaag het gevoel door ‘Gods Akkers’ te lopen. Uitgestrekte druivenvelden en uitzicht op de bergen die bedekt waren met sneeuw. De markeringstekens die we onderweg tegen kwamen waren versierd met vergulde Jakobsschelpen. Om 11.30 uur kwamen we in Nájera aan en gingen op zoek naar een refugio. Die bleek pas om 14.00 uur open te gaan. Geen probleem dachten wij. Op een bankje voor de refugio deden we alvast onze schoenen uit, haalden het gaststelletje uit de rugzak en kookten water voor de koffie. We zaten net goed en wel ons brood op te eten toen de beheerder van de refugio al kwam maar vertelde ons dat we geen slaapplaats zouden krijgen omdat pelgrims die in Logrono waren gestart voorrang kregen. Dus wij onze schoenen weer aan en dan maar op weg naar de volgende refugio in Azofra. Dat was nog 6 km lopen. Toen we daar aankwamen was de refugio vol, maar een paar meter verder was er nog een. Daar werden we bijzonder hartelijk ontvangen door Roland, een man uit Aken. Hij sprak goed Nederlands en was bijzonder aardig. Toen ik hem dit vertelde zij hij dat hij een missie had om voor de pelgrims die uit de woestijn kwamen een stukje oase te bieden. Onze rugzakken werden naar onze kamer gebracht. Heerlijke schone bedden, alleen waren er geen gordijnen of rolluiken. Dat vonden wij ook geen probleem, dachten wij weer.

Roland vertelde dat als wij ons gewassen hadden we ons wasgoed in de mand naar beneden mochten brengen. Hij zou voor ons wassen en we konden dan gelijk een glaasje wijn drinken. Inmiddels waren er meer pelgrims binnen gekomen en we zaten met een hele groep op het pleintje.

 

Er waren verschillende soorten wijn en heerlijke cake. Na een uurtje werd er geroepen: ‘oehoe, de was is klaar’ en kon ik onze was ophalen en op het balkonnetje ophangen. In een barretje hebben we een heerlijk pelgrimsmenu gegeten. Toen we naar bed gingen kwamen we er achter dat het wel een probleem was dat er geen gordijnen waren want de lantaarnpaal scheen midden in onze kamer. Ook was het erg koud en er was geen verwarming.

 

Dag 29 zondag 9 mei 2004 (Azofra naar Granon)

Vanmorgen na een heerlijk uitgebreid zondags ontbijt en een hartelijke groet van onze gastheer gingen we weer op stap. We hadden niet zo lekker geslapen. Er werd op geregelde tijden op de buitendeur gebonsd, dat bleek een dronken dorpsgenoot te zijn. Dat was wel erg lastig in onze door de lantaarnpaal verlichte en koude slaapkamer. Maar gelukkig was het deze dag mooi weer, er stond geen wind en de zon ging al gauw schijnen. Ook was het een zeer mooie tocht met uitzicht op de bergen met sneeuw en vele wijngaarden. Al gauw zagen we de kathedraal van Santo Domingo. In deze stad aangekomen gingen we eerst in de plaatselijke bar koffie/thee drinken en een broodje eten. Daarna gingen we de kerk in met het kippenhok met daarin een haan en een hen.

Het was een mooie kerk. Het liturgisch centrum was heel sober, bijna modern. De sfeer leek een beetje op onze Pax Christikerk. Op de achtergrond was heerlijke rustgevende muziek. Buitengekomen zagen we verschillende ooievaarsnesten op het dak van de kathedraal. Hierna begonnen we aan de laatste 7 km naar Granon. Daar aangekomen gingen we op zoek naar een refugio. Een andere pelgrim wees ons de weg richting de kerk. Daar gingen we een donker portaal van de klokkentoren binnen. ‘De herberg van San Juan Bautista’. In de toren van de kerk was een slaapzaal met matrassen op de grond en daarboven een gemeenschappelijke ruimte met vrijwilligers uit New Mexico. Als het goed is wordt er gezamenlijk gekookt en gaat de open haard aan. We hadden een aantal Nederlanders ontmoet waar we gezellig mee hebben zitten praten. Toen we hier aankwamen en onze slaapzakken uitrolden hoorden we beneden in de kerk dat er een kerkdienst bezig was. We gingen kijken en zagen dat de mensen naar buiten gingen met Maria op een draagbaar. Er werd ons verteld dat er een processie gehouden werd ter ere van een goede oogst. Er waren fruit en groente aan het Mariabeeld vastgemaakt. Een groepje jongelui maakte dansjes en de stoet ging op weg. Later gingen we met de beheerder naar een kapel waar dit Maria beeld naar toe was gebracht. Toen we terugkwamen was de open haard aan en werd er door een aantal mensen gekookt. Die avond zaten we met zo’n 50 mensen aan tafel. Na het eten werden we uitgenodigd voor een kort meditatief moment waarbij pelgrims van de afgelopen dagen werden genoemd die nog onderweg zijn. Ook onze namen werden genoemd. Dat was wel een beetje langdradig en we gingen daardoor wat aan de late kant naar bed. Op het prikbord zag ik de volgende tekst die mij erg aansprak: ‘Je weet nooit wie je zult ontmoeten. Je weet niet waar je de volgende dag zal zijn, noch wat je zult eten en of het een dag zal zijn met of zonder pijn. Het enige wat telt, is s’avonds en overdag  onder vrienden onderweg te zijn’.

  

 

Dag 30 maandag 10 mei 2004 (Granon naar Belorado)

Zoals we al hadden verwacht hadden wij niet goed geslapen. De grond was erg hard, we moesten goed in onze slaapzak blijven vanwege de kou en de Italiaan die naast mij lag snurkte verschrikkelijk. Ik hoefde er gelukkig niet uit voor de wc. Na een klein ontbijtje gingen we om 7.15 uur op weg. De wereld was erg klein, het was mistig en het miezerde, dus we hadden al gauw de regencapes aan. Het was niet zo gezellig lopen maar het ging goed. Om 11.30 uur kwamen we al in Belorado aan. We kozen er toch voor om te blijven. Het was een mooie, schone, nieuwe refugio. ‘Albergue de Peregrinos “Cuartro Cantones” ‘.  We konden hier ook een e-mail verzenden en hebben daar dan ook maar gebruik van gemaakt. Het thuisfront zit op onze mailtjes te wachten. In deze refugio waren een aantal Nederlanders en Belgen. Heel gezellig.

 

Dag 31 dinsdag 11 mei 2004 (Belorado naar San Juan de Ortega)

Deze nacht goed geslapen en we stonden al om 6.00 uur op. Toen we in de keuken kwamen was daar van alles neergezet voor een ontbijt. Brood, cakejes, koffie, thee en sap. Dat alles was vrij om te gebruiken. Toen we buiten kwamen regende het en dat betekende dat we vandaag langs de provinciale weg gingen lopen. De poncho’s waren al snel van binnen net zo nat als van buiten. Na een poosje lopen en stijgen kwamen we een wegrestaurantje tegen. Daar hebben we wat warms gedronken en gegeten. Twee Nederlandse mannen waren zich aan het oriënteren om daar in de buurt een tentenkamp op te gaan zetten voor de vele pelgrims die nog verwacht worden. Na een half uurtje gingen we weer op pad, eerst nog even brood gekocht voor tussen de middag. Langs de weg lopen werd steeds minder leuk omdat het ook nog eens mistig werd. In het wandelboekje stond beschreven dat we een mooi uitzicht zouden krijgen op de nabij gelegen bergen, de Montes de Oca, maar we zagen alleen maar mist. We hebben weinig pauzes kunnen maken. Om ongeveer 13.30 uur kwamen we bij het klooster van San Juan de Ortega.

Onderweg had ik mij al een voorstelling lopen maken van dat klooster. Lieve nonnetjes die ons een warm onthaal boden, een heerlijke warme ruimte en schone bedden. Nou ik werd al gauw uit mijn droom gehaald. In plaats daarvan stond er een oude vrouw (ook wel een beetje lief) met een stempel in haar hand en vroeg of wij wilden slapen. Nou, aan haar gebaren te zien was alles al vol, dus moesten we misschien op de grond slapen. Gelukkig vond Jaap nog twee lege bedden, een in de ene hoek van een slaapzaal en een in de andere hoek. Allebei bovenbedden, dus geen plekje om op te zitten. Het was er erg koud, geen keuken en geen warm water om te douchen, dus dat sloegen we vandaag maar een keer over. Eerst gingen we met kleding  en al in bed om een beetje op te warmen. Daarna naar de bar naast het klooster om warme chocolade melk te drinken. Daar zijn we een beetje bijgekomen. In plaats van naar de mis te gaan met na afloop knoflooksoep, hebben we daar heerlijk gegeten en was het er erg gezellig met de andere pelgrims. Vooral met de Deense Birte die we al vanaf St. Jean Pied de Port regelmatig ontmoette. Voor het mooi gingen we te vroeg naar bed, met al onze kleding aan. Het was nu wel afzien, maar dat hoort er ook een beetje bij.

 

Dag 32 woensdag 12 mei 2004 (San Juan de Ortega naar Burgos)

Het was een rampennacht geworden. Van de 16 mensen die op de slaapzaal sliepen lagen er 15 te snurken, behalve ik want ik kon niet slapen. Ik had veel pijn aan mijn handen en voeten en moest tot overmaat van ramp nog een paar keer naar de wc. Er was ook geen elektriciteit dus moest ik daar op de tast naar toe. Vanmorgen was de hele club al weer vroeg wakker en wij gingen ook maar meteen weg zonder ontbijt en in de hoop dat we vanavond een beter onderkomen zouden vinden. Het was gelukkig heerlijk wandelweer en in het begin was de natuur erg mooi. Onderweg hadden we twee keer ergens iets gegeten en gedronken bij een barretje. Heel gezellig met de andere pelgrims.

Er kwam een stuk dat niet leuk was om te lopen maar om 14.00 uur liepen we dan toch Burgos binnen. Voor ons een mijlpaal. Over sommige grote plaatsen hoor en lees je veel en dan ineens ben je er zelf. In Burgos kwamen we heel onverwacht Birte uit Denemarken weer tegen. Zij stond met een plattegrond in haar hand en was op zoek naar een kleine refugio net buiten de stad. Zij vroeg ons of we met haar mee wilden gaan. We kwamen aan in de refugio ‘Emaus’ en deze is van een christelijke organisatie. We moesten nog wel even wachten voordat hij openging maar al gauw werden we hartelijk verwelkomd door Marie Noëll. Ook hier werd weer voor ons gekookt en onze was werd door de nonnetjes gedaan. Alles was weer heerlijk schoon en konden we er weer even tegen. In Burgos zouden we een rustdag maken en daarom gingen we s’middags al op zoek naar een klein hotelletje voor de andere dag. Die hadden we al snel gevonden en we mochten onze rugzakken de andere dag al vroeg komen brengen, zodat we onze handen en rug vrij hadden. Om 19.30 uur gingen we aan tafel met nog een aantal andere pelgrims. Marie Noëlle opende de maaltijd met het zingen van het refrein van het pelgrimslied ‘Ultreia’. We aten champignonsoep, een macaronischotel uit de oven, een salade en als nagerecht kwam er fruit, yoghurt en koekjes. Na de afwas (in Spanje wordt niets afgedroogd) werden we gevraagd om mee te doen aan een kleine meditatie. Centraal stond een iconen kruis met Christus daarop afgebeeld. Marie Noëlle zei dat Hij de eerste pelgrim was en dat het voor ons belangrijk was om voor het slapen gaan wat te bidden en te mediteren. We lazen gezamenlijk Psalm 91 en begonnen met het zingen van het pelgrimslied. Daarna zongen we een paar liederen uit Taize. We werden hartelijk goedenacht gekust en gingen naar bed. Aan tafel had Marie Noël gezegd dat de camino pas begon als je weer thuis bent en dat begreep ik niet zo goed. Ik vroeg dat aan een Engelse dame en van haar begreep ik dat je thuis pas gaat beseffen wat je onderweg geleerd hebt en welke beslissingen je eventueel genomen hebt.

 

Dag 33 donderdag 13 mei 2004 (Rustdag)

Een heerlijke nacht en we werden pas om 8.00 uur wakker. De lucht buiten was helder blauw en we waren allemaal in jubelstemming. Na een heerlijk en ontspannen ontbijt gingen we om 9.30 uur onze rugzakken naar het hotel brengen nadat we afscheid hadden genomen van Birte. Zij nam de andere dag de bus naar Astorga dus het was erg onwaarschijnlijk dat we haar nog tegen zouden komen.

Op weg naar het hotel liepen we langs een school waar kinderen op het plein in de rij stonden. Een juf riep ineens: ‘Peregrinos’ en wees naar ons. Alle kinderen begonnen te juichen en riepen ‘bon camino’ en ‘ultreia’. Zij hadden allemaal een jacobsschelp omhangen en gingen die dag ook naar de Kathedraal, allemaal als echte kleine pelgrims. Er werden foto’s  over en weer gemaakt

 Nadat wij onze rugzakken hadden weggebracht liepen we langs een kapper. De verleiding was te groot om daar niets mee te doen, onze haren zagen er inmiddels niet meer uit. Binnen gekomen kregen we meteen een kappersjas aan en een kop koffie/thee. Nadat we ongeveer 10 minuten hadden gewacht werden onze haren gewassen en hoofd gemasseerd. Heerlijk was dat. Daar werd veel tijd voor uitgetrokken waarbij we bijna in slaap vielen. Er was een Engels sprekende kapper dus we konden goed vertellen wat we wilden. In Spanje hebben ze een speciale kniptechniek, wel heel erg goed. De dame die mij knipte was zwanger en toen we weggingen sprak ik voor haar de wens uit dat ze een mooie en gezonde baby zou krijgen. Hierna zijn we naar het postkantoor gegaan en hebben wat spullen naar huis gestuurd. Het gaat ons allemaal goed af, ook de weg vragen. De Kathedraal in Burgos hebben we bezocht en als pelgrims hoefden we maar € 1,-- te betalen. Het was binnen erg mooi. Wij vroegen ons af of we in onze tijd ook nog zulke mooie gebouwen zouden kunnen maken.

 

Het blijft buiten nog steeds te koud en we besloten eerst wat te gaan eten  en zo weer een beetje op te warmen. In het restaurant zaten veel Nederlanders die met een bus naar Santiago onderweg waren. Zij waren erg geïnteresseerd in onze verhalen. Na het eten zijn we terug gegaan naar het hotel en daar konden onze rugzakken op onze kamer zetten. Nadat we boodschappen hadden gedaan hebben we op onze kamer koffie gezet en een broodje gegeten. Morgenochtend gaan we weer vroeg op pad. Het was een heerlijke dag.

 

Dag 34 vrijdag 14 mei (Burgos naar Hornillos del Camino)

We hebben slecht geslapen omdat er veel lawaai was op de gang. Hier in Spanje hebben ze een heel ander ritme dan dat wij gewend zijn. Maar op 6.00 uur klonk het klokje van gehoorzaamheid. We hadden nog wat eten bewaard voor het ontbijt en na nog een heerlijke douche  gingen we om 7.00 uur op stap. Het was koud en het eerste stuk liepen we nog in het lawaai  van de grote stad. Later werd het rustiger en kwamen we in de Spaanse hoogvlakte (de Meseta).

 Het was nog steeds koud maar het zonnetje kwam wel regelmatig door. Om 11.45 uur kwamen we het dorpje Hornillos del Camino binnen. Eigenlijk veel te vroeg maar in het volgende dorp zouden te weinig slaapplaatsen zijn dus we wilden geen risico nemen. We moesten nog wel even wachten want de deur ging pas om 13.00 uur open. In het zonnetje hebben we ons brood opgegeten. Nadat we een bed hadden gevonden gingen we daar eerst een half uurtje op liggen. Een Spanjaard kwam vragen  wie er wilden eten. Ik dacht dat je voor het avondeten moest reserveren dus ik zei ‘ja wij’. Wat bleek, hij had paella gekookt voor 4-6 personen. Wij hebben met hem en een andere Spanjaard gegeten. Beide mannen hadden veel last van hun schouders dus bood ik aan ze te masseren en Reiki te geven. Ze namen daar dankbaar gebruik van en op hun beurt trakteerden zij ons op een drankje in de bar. Later kwam daar een Belg bij zitten en we hebben gezellig zitten praten. Er kwam een oudere dame binnen die de camino niet kon afmaken vanwege een zeer pijnlijke knie. Ook haar bood ik aan een behandeling te geven en ook zij was er erg dankbaar voor. Om 19.00 uur gingen we in een restaurant eten en twee Duitse dames kwamen bij ons aan tafel zitten. We vertelden elkaar waarom we de camino liepen en een van de dames vertelde dat zij vorig jaar haar man aan kanker heeft verloren. Zij vertelde welke therapieën zij allemaal gedaan hadden en wat voor steun zij daar nu nog van heeft. Ik vind het heel moedig om op die manier alleen op stap te gaan.

We gaan vanavond weer vroeg naar bed want er valt hier verder niets te beleven, dus dan maar lekker in de slaapzak en hopen dat we een beetje warm worden.

 

Dag 35 zaterdag 15 mei (Hornillos del Camino naar Castrojeriz)

Gelukkig hadden we goed geslapen. Ik had oordopjes in gedaan dus heb ik geen gesnurk gehoord. We waren weer om 7.00 uur op stap zonder ontbijt. Er was een stralende blauwe lucht maar nog wel heel koud. We liepen nu in de Spaanse hoogvlakte. Het is heel mooi en heel stil. Na ongeveer 1.15 uur lopen kwamen we aan bij de herberg van Sanbol. In deze herberg konden we een kopje koffie/thee drinken. In de koepel van het gebouwtje was een klein stilte centrum en buiten een natuurlijke bron.

 

Weer een beetje opgewarmd gingen we verder en na ongeveer 3.00 uur lopen kwamen we in het dorp Hontanas. Daar hebben we een broodje gegeten en nadat we weer op weg waren konden we onze truien uit doen en de broekspijpen afritsen. Het was heerlijk wandelweer. We liepen langs een asfaltweg en kwamen bij de ruïne van het klooster van San Anton. Daar was een heel aardige hospitalero waar we een kruisje, een pin en een kaart kochten. Het kruisje lijkt een beetje op die van Taize. Maar de hospitalero vertelde dat de monnikken die daar vroegr woonden ervan overtuigd waren dat dit het echte kruis was. Het kruis was ook te zien in een rond venster en in de muur. Hij vroeg of we volgend jaar Marjolein (hij had de foto van onze dochter gezien) wilden meenemen. We kwamen al gauw en weer veel te vroeg in Castrojeriz aan. Daar moesten we tot 15.00 uur wachten voordat we naar binnen konden. We hebben heerlijk gedoucht, onze was gedaan en in het zonnetje opgehangen.

Terugkijkend op deze dag viel mij op dat het wandelen steeds meer een meditatie wordt. Ik ben nog maar heel weinig met ‘thuis’ bezig hoewel Elly (onze vriendin) mij aan het denken heeft gezet door te zeggen dat haar vakantie op de Veluwe verstrekkende gevolgen heeft gehad en dat wij er in ieder geval een vakantie adres aan over zouden houden. Zou ze gaan verhuizen of heeft ze een vakantiehuisje gekocht? We zullen het wel horen. Vanavond hadden we ook nog even naar Marjolein gebeld. Ze had het niet zo naar haar zin met de situatie thuis (onze zoon woont tijdelijk met zijn gezin bij ons in) maar ze moet toch maar even doorbijten. Wij kunnen nu niets aan deze situatie veranderen.

 

Dag 36 zondag 16 mei (Castrojeriz naar Fromista)

Het was weer een bijzondere zondagochtend. Om 6.00 uur werden we gewekt met Gregoriaanse muziek. Om 6.15 uur kwam de hospitalero zeggen dat de koffie klaar stond. Er was alleen koffie en  voor iedereen was er een appeltje en genoeg kaakjes. Heerlijk met boter en suiker. Het was weer stralend weer en om 7.00 uur liepen we  buiten.

Als snel ging de wandeling behoorlijk steil omhoog. Dat was wel weer even pittig maar toen ik het goede tempo had gevonden lukte het om niet in ademnood te komen. De natuur en het uitzicht waren bijzonder mooi.

 

 Boven gekomen namen we een kleine pauze om iets te drinken. Daarna kwam al snel een steile afdaling. Het was heerlijk lopen langs mooie korenvelden. Na ongeveer 1.30 uur lopen kwamen we bij een picknickplaats waar we koffie hebben gezet en een broodje gegeten. De kleding was inmiddels al voor een groot deel uit want het begon al behoorlijk warm te worden. Bijna uit het niets kwam er een klein Spaans mannetje ons tegemoet. Hij vroeg waar wij vandaag kwamen, keek in zijn notitie boekje waarin namen en adressen van andere pelgrims stonden, en zei dat hij nog geen Nederlanders was tegengekomen. Hij vroeg of wij ook onze naam en adres wilden opschrijven. Daarna wees hij op allebei zijn wangen, m.a.w. krijg ik een zoen van je. Zijn naam was Alejandro Sandovel Ortega, een vriend van de pelgrims.

 Opeens hoorden we in de verte een raar geluid. Ik dacht  dat het windmolens waren maar zag ze niet. Een stukje verder bleken het heel erg veel kikkers te zijn in een waterrijk stukje bos. Op een pad een stukje verder zagen we al wat huisjes in de verte en dachten dat het Fromista was maar we moesten nog een behoorlijk stuk verder. In de refugio was gelukkig nog plaats genoeg.

 

Dag 37 maandag 17 mei (Fromista naar Carrion de Los Condes)

Vanmorgen na een ontbijt van koffie, thee, twee cakejes en een pakje sap, gingen we om 7.00 uur weer op stap. De lucht was weer helder blauw en het zou vandaag een lange weg worden die langs de autoweg liep. Gelukkig was er niet veel verkeer zodat het rustig lopen was. Bij het dorp Poblacion de Campos  zagen we een kerkje dat 1 meter lager stond dan het huidige niveau van de straat. Het was van binnen sober maar wel sfeervol.

 We kwamen ook nog langs een pelgrimsmonument waar een mede pelgrim van ons een foto heeft gemaakt. De kerk in Villalcázon de Sirgo, die we volgens het boekje niet mochten missen, was gesloten en we hadden geen zin om een half uur te wachten. Deze avond sliepen we weer in een klooster van Santa Clara in Carrion de Los Condes. Weer had ik mezelf lekker lopen maken op lieve nonnetjes en een eigen slaapkamer met een heerlijk schoon bed. Niks van dat alles. We kregen weer een stapelbed toegewezen en vonden dat eigenlijk ook wel goed. We gingen eerst de boodschappen halen want de winkels waren nog open. Daarna douchen en de was doen. Toen ik op het pleintje Jaap zijn benen aan het masseren was kwamen er twee pelgrims binnen maar de refugio was al vol. Ik zei dat in het pension, dat ook van het klooster was, misschien nog wel kamers waren en € 16,-- kostte. Dat vonden zij te duur en wilden teleurgesteld verder lopen. Jaap en ik bedachten dat het misschien wel lekker was als wij zo’n kamer zouden nemen en dan konden zij ons stapelbed nemen. Dat bleek een goede ruil te zijn. Een heerlijke eigen kamer, een schone douche ruimte en een schoon bed. (geen nonnetjes) We mochten ook van de keuken in de refugio gebruik maken.

  

Dag 38 dinsdag 18 mei Corrion de Los Condes naar Calzadilla de la Cueza)

Wat valt er te vertellen over deze dag. We stonden heerlijk uitgerust op en namen nog een lekkere douche voordag we om 7.45 uur op weg gingen. Het beloofde weer mooi weer te worden en we hadden al snel de truien en broekspijpen uit. Verder zagen we op ons pad korenvelden, korenvelden, k o r e n v e l d e n, k  o  r  e  n  v  e  l  d  e  n …………Dit was echt afzien. Het was erg warm, geen boom dat een beetje schaduw gaf en er leek geen eind te komen aan deze weg. Plotseling, als een fata morgana, zagen we het dorpje Calzadilla de la Cueza, waar we zouden slapen. We hebben er snel een foto van gemaakt voordat het zou verdwijnen.

De refugio was het eerste gebouw en het zag er goed uit. Schoon, ruim, het rook er heerlijk naar wierook en er was op de achtergrond rustgevende muziek. Het is wel lastig om de resterende tijd door te komen als er in het dorpje niets te beleven is. Ik maakte dan ook dankbaar gebruik van een aankomende kudde schapen om daar een foto van te maken. Maar de schaapsherder werd heel boos en zei dat ik van het kerkje maar een foto moest maken. Nou, dan toch zeker niet! In het restaurant in dit dorpje gaan we vanavond eten, maar daar konden we pas om 20.00 uur terecht. Veel te laat. Vandaag kwamen we in gesprek met een Belg die veel te vertellen had. O.a. dat er op 5 mei in de Pyreneeën vanwege het slechte weer mensen waren omgekomen. Later hoorden we dat er in Frankrijk drie Nederlandse dames waren omgekomen, dus ik weet niet of zijn verhaal wel klopte. Vandaag hadden we ook gehoord dat op de grens van Montes de Oca de rivieren aan de oostkant naar de Middellandse zee stromen en aan de westkust naar de Atlantische oceaan. De dorpjes aan de oostkant zijn tegen de bergen aan gebouwd om zo lang mogelijk van de zon te profiteren en aan de westkust liggen de dorpjes in de dalen om zoveel mogelijk schaduw te hebben.  Het viel ons op dat sommige mensen teveel van zichzelf vragen, maken teveel kilometers die ze eigenlijk niet aankunnen. Hebben veel blaren en lopen te strompelen van de pijn. Wij hadden ook wel pijn maar na wat rust was dat wel weer over. Hopelijk blijft het goed met ons gaan.

 

Dag 39 woensdag 19 mei (Calzadilla de la Cueza naar Sahagun)

Vanmorgen liepen we al om 6.30 uur buiten maar we besloten om eerst maar een ontbijt te nemen in het restaurant. Het beloofde weer een mooie dag te worden. De natuur is in dit jaargetijde erg mooi. Over 6 weken is hier alles dor en droog. De eerste paar dorpjes lagen nog in ruste, maar al gauw kwamen we in Terradillos de los Templarios. Daar was een refugio waar we een broodje hebben gegeten en wat gedronken. Daar hebben we een man uit Voorburg ontmoet. Onderweg zagen we heuvels met daarin deuren en bovenop die heuvels waren antennes en schoorstenen, dus volgens ons huisjes waar mensen in wonen of gewoond hebben. Er staat jammer genoeg niets over geschreven in het boekje. Onderweg kwamen we veel huizen tegen die gebouwd zijn met leem.

 

In Sahagun slapen we weer in een kerk. Ook hier is leem in gebruikt. In de nok van de kerk  is een vloer gemaakt waarop een slaapzaal, een keuken en douches zijn gecreëerd. Er zijn in dit plaatsje mooie kerken en in een daarvan, de kerk van San Lorenzo, werd door een aantal vrouwen hard gewerkt om schoon te maken. Volgens mij voor een Eerste Communie feest. De kinderen gingen met de pastoor het parochiehuis binnen. Bij de apotheek hebben we zonnebrandcrème, dagcrème en bodylotion gekocht en in de supermerkado een eenvoudige maaltijd voor vanavond. We hebben heerlijk in het zonnetje gezeten en naar huis gebeld. Alles gaat daar goed.

 

Dag 40 donderdag 20 mei (Sahagun naar El Burgo Ranero)

Het was weer een mooie dag wat weer en de natuur betreft. Het was alleen weer een eindeloze lange weg. Langs deze weg zijn een paar jaar geleden bomen geplant maar die zijn nog te klein om een beetje schaduw te geven. In Bercianos del Real Camino zijn bijna alle huizen van adobe (leem) gebouwd  en zijn er veel ooievaarsnesten te zien. Ook zijn we weer van die heuvelhuisjes tegen gekomen.

Om 12.00 uur kwamen we al aan in  El Burgo Ranero aan. We moeste onze rugzakken bij de refugio achter in de rij zetten. Dat werd door de andere pelgrims die er al waren nauwlettend in de gaten gehouden. Om 13.00 uur ging de refugio open en we besloten eerst maar wat te gaan drinken. Daarna hebben we gezellig met onze Nederlandse medeloper zitten praten. In de refugio was beneden een keuken, douches en een eetkamer. Boven waren de slaapzalen. Gelukkig waren ze niet zo groot dus we hoopten goed te slapen. De refugio had een open-dak constructie, er was dus geen plavond en je keek zo tegen het dak. Ook dit gebouw was van leem gemaakt. In het winkeltje, dat ondanks hemelvaartsdag gewoon open was en overdag geen sluitingstijd had, hebben we de boodschappen gedaan. Daar zag ik een T-shirt met als opdruk twee voeten met pleisters en rode pijnlijke plekken en er stond geschreven: ‘no pain, no glory’. Dat is wel erg toepasselijk als je iedereen ziet strompelen. Maar de volgende ochtend is iedereen om 6.00 uur weer present.

  

Dag 41 vrijdag 21 mei (El Burgo Ranero naar Mansilla de las Mulas)

Gisteravond dachten we dat we slechter weer zouden krijgen. Er was meer bewolking en het begon wat te waaien. Maar toen we vanmorgen weggingen bleek het nog steeds lekker weer te zijn. Ik voelde me vandaag fitter dan gisteren. Ik had hele zere voeten en dacht dat de pijn alleen maar erger werd. Gelukkig was het vandaag beter. Het nieuwe voetpad waar we over liepen was weer eindeloos lang. Het was weer een eentonige weg. Af en toe zagen we in de verte een dorpje liggen en ging er een trein voorbij. Toen we dichter bij de spoorweg overgang kwamen was er wat afleiding door het toeteren van de machinist omdat het een onbewaakte overweg was. Na goed 3 uur te hebben gelopen kwamen we in Reliegos waar we heerlijk in het zonnetje koffie en thee hebben gedronken.

Weer kwamen we om 12.00 uur aan in het plaatsje Mansilla de los Mulas en gingen onze rugzakken in de rij. Vandaag hebben we weer van die heuvel woningen gezien en vervallen huizen van leem. We hadden tussen de middag warm gegeten en zijn zo de drukte in de keuken  s’avonds voor. Het is inmiddels hard gaan waaien en buiten vloog het stof om onze oren. We hebben nog wat foto’s gemaakt in het dorpje; van de restanten van een stadsmuur, een kerktoren met ooievaarsnesten met jongen erin en een soort pelgrimsmonument.

 

Dag 42 zaterdag 22 mei (Mansilla de las Mulas naar León)

We hadden een verschrikkelijke nacht achter de rug. In de refugio hadden we in eerste instantie het bovenste bed van een stapelbed  en een matras op de grond. Later zag ik dat er in de hal een twee persoonsmatras op de grond gelegd werd en ik dacht dat het prettiger was om daar op te gaan slapen. We lagen ook als een vorst totdat we wilden gaan slapen. De mensen maakten vreselijk veel lawaai. Er werd veel en hard geproken en de deuren werden hard dicht gegooid. Ook bleef er een groep nog een heel lang napraten en lachen in de keuken beneden. Ik ging daar naar toe om te vragen of ze wat stiller konden zijn. Dat hielp wel maar toen gingen de vrijwilligers het vaatwerk met een hoop herrie opruimen. Toen iedereen eindelijk op bed lag begon het snurkconcert. We werden er bijna gek van. De hele nacht hebben we liggen draaien en om 5.15 uur stonden de eerste al weer op. GEKKENWERK!

Zoals elke dag liepen we ook vandaag weer om 7.00 uur buiten. Het begon een beetje te miezeren maar de temperatuur was erg goed. Het was vandaag een makkelijke etappe maar niet leuk om te lopen. Veel langs de snelweg en het was al behoorlijk druk. In  Puente del Castro zagen we een kerkje met 4 ooievaarsnesten waarbij al een paar jongen te zien waren.

In León hadden we voor twee nachten een hotel geboekt. We wilden even van een aantal pelgrims af en een beetje bijslapen. In de middag, na een dutje, en naar de trouwerij van de Spaanse kroonprins gekeken, gingen we naar het centrum en hadden alvast de kathedraal bezocht. Morgen gaan we foto’s maken. Hopen dat het dan bete weer is want het regende vanmiddag behoorlijk. Bij Burger King hebben we een salade en frietjes gegeten. Ook hebben we nog een mail naar huis gestuurd. We hadden verschillende reacties op de mails gehad en dat was heel leuk.

Ik was alleen erg geschrokken toen ik las dat nu ook het tweede been van mijn tante geamputeerd was. Vreselijk.

 

dag 43 zondag 23 mei (rustdag)

Gisteravond konden we niet gelijk slapen en toen ik er uit moest om naar de wc te gaan zag ik dat er een lekkage in de badkamer was en het water in onze slaapkamer liep. Dat was om 23.30 uur. De mensen zaten beneden nog te eten en ik moest daarheen om het te vertellen. Zij kwamen meteen naar boven om de lekkage te verhelpen en de vloer weer droog te maken. Toen we goed en wel weer lagen hoorde ik een hoop lawaai op de straat en ik was verbijsterd. Om 23.45 uur kwam de vuilniswagen het vuil op halen. Er heerst hier duidelijk een ander levensritme waar wij met ons verstand niet bij kunnen. Tot laat in de avond zijn ook de kinderen nog op.

Maar we hebben heerlijk uitgeslapen. Dat is een luxe die we ons normaal niet kunnen veroorloven. Het weer was  mooi en om 12.00 uur gingen we naar buiten. Op de boulevard was een grote warenmarkt. Via deze markt zijn we naar het centrum gelopen.  Het was gezellig druk en we hebben van alles bezocht, zoals het Panteon Real (grafkelder) met hele mooie fresco’s met afbeeldingen uit het Nieuwe Testament. De vier evangelisten met hoofden als een dier, het laatste avondmaal, de maanden van het jaar. We hebben foto’s gemaakt van de kathedraal, de San Isidoro, het pelgrimshospitaal dat tegenwoordig een hotel is. We hebben een heerlijk broodje gegeten en een e-mail verstuurd. ’s Avonds hebben we langs de boulevard gelopen waar honderden Spanjaarden waren met hun kinderen. We waren weer helemaal uitgerust en konden de andere dag weer vol goede moed op stap.

  

Dag 44 maandag 24 mei (León naar Villar de Mazarife)

De boulevard die gisteren zo druk en gezellig was, was nu leeg en de straat werd schoongemaakt. In het begin liep de route nog langs drukke straten en wegen. Toen we León uitwaren  konden we kiezen voor een route die 3 km korter zou zijn maar langs de N120 zou lopen of de route die in het boekje verder beschreven stond. Dit laatste zou door een mooi natuurgebied lopen, De Páramo. Dat is een droogvlakte met veel lage struiken, zoals citrusroosjes, lavendel en brem. Ook zou er orchideeën moeten groeien maar die hadden we niet gezien. Het was een mooi gebied.

Toen we in Villar de Mazarife  aankwamen stond er een groot mozaïek waarop de gemeente langs de St. Jacobsroute afgebeeld staan. Op de voorgeven van de parochiekerk van St. Jacobus waren weer een aantal ooievaarsnesten met jongen. De refugio daar had een binnenplaats en een balkon. Op dit balkon was een ruimte met een twee persoon matras waar wij gingen slapen en er lagen op het balkon ook nog eenpersoons matrassen. Daar ontmoette wij een vrouw uit Amerika die liep voor de vrede. Onderweg verzamelde zij steentjes die de vorm hadden van een hartje. Een heel bijzonder mens. Zij had heel veel last van haar been en ik heb haar ook een behandeling gegeven. Als dank kreeg ik een pakketje salieblaadjes dat door indianen is gemaakt.

 

Dag 45 dinsdag 25 mei (Villar de Mazarife naar Hospital de Orbigo}

Gelukkig stonden de mensen niet zo vroeg op. De meeste gingen naar het plaatsje Hospital de Orbigo, dat zou ongeveer 15 km lopen zijn. Het had vannacht twee keer heel hard geregend maar toen we om 8.15 uur gingen lopen was het droog. Het was al behoorlijk warm en klammig. De weg die we liepen was toch wel wat eentonig ondanks de mooie bloemen. In de verte konden we de Montes al zien waar we over een paar dagen overheen moesten. De tijd schoot vandaag niet op en we waren behoorlijk moe. Ik denk vanwege het benauwde weer. Toen we eindelijk  in Hospital aankwamen liepen we over de langste brug van de camino. Op deze brug zagen we twee fietsers en we zeiden tegelijk “hallo” tegen elkaar. Alsof we wisten dat het ook Nederlanders waren. We kwamen met hen in gesprek en zij nodigden ons uit om een kopje koffie te komen drinken bij de caravan. Zij stonden daar met nog 20 andere caravans uit Nederland en gingen ook naar Santiago. Hun reis was door de ANWB KCK georganiseerd. Toen we op de camping aankwamen leken we wel van een andere planeet te komen. Iedereen kwam op ons af en wilden van alles over onze reis horen. Een van de Nederlandse vrouwen was op de fiets in het plaatsje op verkenning uitgeweest en was een refugio binnengestapt. Daar was een Nederlandse vrijwilliger en zij mocht even rond kijken. Op de camping had ze verteld dat ze daar voor haar verdriet niet zou willen slapen. Na de koffie en heerlijke rooibosthee gingen we op zoek naar een slaapplaats. Wij kwamen dus terecht in boven beschreven refugio maar waren te moe om naar iets anders te zoeken en ik had inmiddels een behoorlijke hoofdpijn gekregen en moest naar bed. Ook deze refugio had een binnenplaats dat er erg gezellig uitzag maar de slaapvertrekken en de keuken was tien keer niks. Mijn hoofdpijn werd migraine en dat betekende een aantal uren op bed en overgeven. Dat was wel sneu voor Jaap want die moest zich zelf zien te vermaken.

 

 

Dag 46 woensdag 26 mei (Hospital de Orbigo naar Astorga)

Ik was nog niet opgeknapt en we besloten met de bus naar Astorga te gaan. We vroegen de weg naar de halte en gingen daar wachten want niemand kon ons precies vertellen hoe laat er een bus ging. Na een tijd kwamen er twee Spaanse dames en die vertelde ons dat we op de verkeerde plek wachtten en wezen ons een andere aan. Wij daar naar toe maar dat bleek ook geen goede plek te zijn. Inmiddels was er een bus gepasseerd op de eerste plek, dus wij weer wachten. Uiteindelijk kwam er om 12.00 uur een bus en voor

€ 1,-- bracht hij ons naar Astorga. Er was ook een wandelaarster uit de Oekraïne die met de bus mee wilde. Zij had heel veel blaren en wilde het ook een beetje rustig aan doen.  Het was een mooie rit en in Astorga aangekomen zijn we gelijk op zoek gegaan naar een refugio. Daar heb ik eerst een uurtje op bed gelegen. De hospitalero gaf ons het adres van een goede bar waar we heerlijk konden eten. We brachten eerst een bezoek aan de kathedraal en het paleis van Gaudi. Heel mooi. Ik was gelukkig weer een beetje opgeknapt en zag het wel weer zitten om morgen te gaan lopen.

  

Dag 47 donderdag 27 mei (Astorga naar Rabanal del Camino)

Om 7.30 uur liepen we weer buiten. Het had vannacht behoorlijk geregend, maar het was nu droog en de temperatuur was goed. In Astorga liepen we nog langs een moderne kerk van “Pedro Restivia”. Op de gevel was een mooie mozaïek gemaakt van de St. Jacobsroute. Nadat we de stad hadden verlaten liep het pad door een hele mooie natuur. We gingen langzaam omhoog van 899 m naar 1162 m. er stonden veel bloemen in het veld en langs het pad en we hadden, ondanks de bewolking, uitzicht op de Montes de Leon.

De truien en broekspijpen gingen na een paar uur lopen uit. Het was behoorlijk warm en zweterig. In Santa Catalina de Somoza was een bar waar we een heerlijke geroosterde boterham hebben gegeten. Gelukkig was ik weer opgeknapt zodat ik ervan kon genieten. De natuur gaat steeds mooier worden en we komen steeds leuke mede pelgrims tegen. Ook een jong stel uit Duitsland waarvan het meisje twee jaar geleden vanuit Taiwan is geëmigreerd. Zij sprak heel goed Duits en Engels. In Rabanal del Camino waren drie refugio’s en we kozen voor een hele goede, gezellige. Weer met een binnenplaats en daarop een bar en keuken. Tussen de middag hebben we warm gegeten, dat bevalt ons eigenlijk heel goed. Iedereen geniet van de geur van Jaap’s kookkunst. Vanavond gingen we om 19.30 uur naar de Vespers van de Benedictijnen. Er waren zege en schrijve drie broeders maar ze hadden veel aandacht voor de pelgrims. Vandaag zijn er een aantal mensen die mij geadviseerd hebben veel water te drinken voor de pijn in mijn voeten en de hoofdpijn. Dat ga ik dan maar proberen.

 

 

Dag 48 vrijdag 28 mei (Rabanal del Camino naar Molinaseca)

Na een goede nachtrust gingen we om 7.00 uur weer op pad. De tocht begon gelijk al heel mooi in de bergen. In Foncebadon leek het wel een spookstad. Ik had gelezen dat daar veel honden waren maar er was geen ‘hond’ te bekennen. Er was wel een bar in een leuk gebouwtje waar mooie religieuze muziek uit kwam. Een stukje verderop was een refugio en een klein kerkje waar we een stempel wilden vragen. Een Franse wandelaarster kwam helemaal in paniek naar buiten. Haar fototoestel was weg. Gepikt of per ongeluk meegenomen? Ze was helemaal verdwaasd, wist ook de weg niet meer goed te vinden. Als een gek wilde ze gaan lopen om zo de mensen die met haar de refugio gedeeld hadden in te halen. Later kwamen we haar weer tegen en was ze gelukkig een beetje rustiger geworden. Nu op weg naar het Cruz de Ferro. We zagen het al in de verte staan en ik dacht: ‘is dit nou alles?’  Maar toen ik er eenmaal voor stond en mijn steen in mijn hand had, werd ik toch wel erg emotioneel. Ik weet niet precies waarom, maar het gebeurde. We vroegen ons op weg naar het kruis af welke last we achter wilde laten (de steen is een symbool voor de last die je achter wilt laten). Ik besloot om met een aantal activiteiten in de kerk te stoppen en in de plaats daarvan wat cursussen te gaan volgen om mijn Reiki centrum uit te breiden. Samen hebben we de steen boven op de berg gelegd.

 

Toen we weer op weg waren leek het inderdaad of er een last van mijn schouders af was. Het leek of ik vleugeltjes had gekregen. In een stil dorp, Manjarin, was een heel bijzondere refugio. Van verre hoorden we al het luiden van de bel. De hospitalero wilde op die manier pelgrims naar binnen roepen voor het drinken van een kopje koffie en je kon er ook wat pelgrims souvenirs kopen.

 Later hoorden we dat het slapen daar een bijzondere ervaring was, maar wij waren doorgelopen. Het dorpje El Acebo is ook bijzonder. De straatjes zijn er heel smal met uitstekende balkons. Toch kunnen er nog touringcarbussen doorrijden.  In dit dorpje hebben we een broodje gegeten en besloten door te lopen naar Molinaseca. De natuur wordt steeds mooier. We liepen in de bergen met mooie bloemen, vlinders en een heerlijke geur dat op wierook leek. Dit was echt genieten! Molinaseca is ook een leuk dorpje alleen de refugio ligt 1 km buiten dit dorp langs de weg.

Het is altijd weer even wennen als je aankomt. Er stonden 16 tenten op het grasveld dus dachten wij dat we in een tent zouden slapen.

Gelukkig hebben we een bed binnen kunnen bemachtigen. Er was hier een wasmachine en droger maar dat werkte niet goed zodat we onze was drijfnat moesten ophangen. Hopelijk is het morgen allemaal droog.

Het was een BIJZONDER, GEWELDIGE DAG.

 

Dag 49 zaterdag 29 mei (Molinaseca naar Cacabelos)

Vandaag een lange toch die we gaan inkorten. 32 km is wel erg lang. De eerste stad die we tegenkwamen was Ponferada, daar ontmoetten we Ursula uit Duitsland weer. Dat was een leuk weerzien. Zij zat op een terrasje en wij schoven bij haar aan om een ontbijtje te nemen. De bar was tegenover het kasteel dat om 10.00 uur open zou gaan. Daar wilden wij wel op wachten.

In die tussentijd brachten we een bezoek aan de kathedraal. Die was erg mooi en er werd mooie muziek gedraaid. We wilden ook naar het toeristen bureau maar omdat het zaterdag was ging dat pas om 10.30 uur open. In de laatste refugio hadden we nog vier Nederlandse fietsers ontmoet en die kwamen we daar ook weer tegen. We hebben nog een tijdje met ze  staan praten. Zij vertelden ons dat het kasteel pas om 10.30 uur openging. Dat vonden we toch te laat dus geen bezoek aan het kasteel en het toeristenbureau.  De route liep veel op de verharde weg. Ik had het vandaag niet zo naar mijn zin. Jaap was voor mijn gevoel al te veel bezig met naar huis gaan. Hij had al precies uitgerekend wanneer we in Santiago zouden aankomen en wanneer we met de bus (ik wilde met de trein) naar huis zouden gaan. In Camponaraya liepen we langs een grote wijncoöperatie waar een hele grote wijnfles buitenstond en waar wijn (gekleurd water?) uitkwam.  Na veel moeite kwamen we in Cacabelos . Naast de kerk was een refugio. Het waren aaneengeschakelde hokken met twee eenpersoonsbedden erin. Behoorlijk privé maar wel erg gehorig. Om 19.30 uur gingen we op zoek naar een internet café en daarna op zoek naar een restaurantje. Toen we de refugio verlieten zagen we dat er een dode ooievaar op de stoep lag. Die was waarschijnlijk uit het nest gevallen. We vonden dat heel sneu voor de jonge ooievaars. Het was wel zoeken naar een behoorlijk restaurant maar toen we het gevonden hadden was het eten wel heel erg lekker.

 

Dag 50 zondag 30 mei (Cacabelos naar Vega de Valcarve)

Vanmorgen gingen we wat later op pad. Op onze ‘kamer’ hebben we een beetje gegeten. Het zou vandaag een lange weg worden, dus ook weer 24 km. Dat was voor mij echt het matje. Vandaag kwamen we door ‘klein Santiago’ in Villafranca del Bierzo. We kwamen eerst bij een refugio want ik moest nodig naar de wc. Jaap ging naar binnen om een stempel te halen en daar ontmoetten we een vrouw uit Amerika die we ook al een poosje kende vanaf St. Jean Pied de Port. Zij deed daar voor een paar dagen vrijwilligerswerk. De ontmoeting was bijzonder hartelijk. We dronken daar koffie en thee en op dat moment werd er een bus toeristen uit Duitsland losgelaten. Zij kwamen allemaal binnen en wilden een jacobsschelp kopen. We voelden ons net figuranten in een film. Toen we wegliepen werden we nagekeken alsof we uit een andere wereld kwamen. In een van de straatjes stond ik voor een etalage te kijken, want er lagen leuke dingetjes. Het rook er heerlijk naar wierook en de eigenares kwam vragen of we koffie wilden. In het stadje stond een Spaanse dame die ons probeerde te vertellen hoe de route liep. We begrepen er niets van maar een stukje verder stond een man en wees met zijn stok de goede richting aan. Van klein Santiago hebben we niet veel gezien. De weg vandaag liep veel langs de N6 maar het was goed te doen. We liepen door wat dorpjes en halverwege kreeg ik een heerlijke voetmassage in de hoop dat de laatste kilometers nog zouden lukken.

 Onderweg kwamen we regelmatig Nicole en Hermien tegen  die geld problemen hadden. Hun pasjes waren geblokkeerd. Wij hadden aangeboden als dat nodig was geld voor te schieten dus zij zorgden ervoor bij ons in de buurt te blijven. In Vega de Valcarve hadden we een refugio met mooi uitzicht op de bergen. Op een van die bergen stond een ruïne van kasteel Castillo de Sarracïn. We zijn daar naar toe gelopen toen we weer wat gerust hadden. Het was nog een hele klim maar de moeite waard. Op de terugweg zagen we een hele oude boom die helemaal hol was. Toen ik daar in ging staan voelde ik een heel aparte energie. We hebben op het balkon gezellig met Nicole en Hermien zitten praten. Het waren mooie gesprekken.

  

Dag 51 maandag 31 mei (Vega de Valcarve naar O Cebreire)

Vandaag weer een schitterende dag. We deden het op ons gemak want we hoefde maar 11 km te lopen en gingen dus pas om 8.00 uur op weg. Het eerste stukje liepen we nog over een asfaltweg maar al gauw liepen we via een oud Romeins bruggetje over een heel oud pelgrimspad. In Ruitelán wilden we in een barretje koffie drinken maar de eigenaresse lag nog in bed. Zij werd er waarschijnlijk  door haar vader uitgehaald en kwam even later nogal slaperig te voorschijn om  een heerlijk kopje koffie voor ons zetten. We deden al gauw onze trui weer uit want het begon al warm te worden en de weg ging stijgend omhoog. De route was zeer mooi maar het was een hele klim. Een heel stuk verder kwamen we bij een ludieke plek. Een man (waarschijnlijk uit Duitsland) had daar een ruimte ingericht met op de buitenwand een bord dat er vegetarisch voedsel was en kruidenthee. Buiten op een tafel had hij allerhande stenen en hangertjes. De thee die wij kregen aangeboden was niet om te drinken, maar was goed bedoeld. Daar ontmoette wij een Nederlandse vrouw die vertelde dat dit haar laatste dag was en in september zou ze het laatste stuk gaan lopen. Ik ben blij dat wij ervoor gekozen hebben om de route in zijn geheel te lopen en  denk dat ik het moeilijk zou vinden om,  bijna op het eind, naar huis te gaan.

 

Toen we weer verder wilden zei ze dat we nog een behoorlijke klim moesten maken. Ik dacht dat we er al waren, dus dat viel een beetje tegen. We hadden te weinig eten bij ons en onze maag begon toch wel te protesteren. Gelukkig hadden we nog 1 banaan, 1 tomaat en een pakje smeerkaas. De natuur is hier schitterend en we genoten volop van het uitzicht. Soms liepen we over keien en soms was het pad wat gladder. Toen we helemaal boven waren (1250m) kwamen we in het dorpje O Cebreiro. Een heel leuk klein dorpje met aparte huisjes, pallozas, huisjes met ronde daken.

Inmiddels zijn we ook in het gebied van Galicië aangekomen. De refugio waar we sliepen zag er aan de buitenkant goed uit maar binnen was het er vreselijk. Het rook er naar vocht en de muren waren zwart uitgeslagen. De schimmel zat op de lampen en rookmelders. In de keuken was alles te vies om te gebruiken. Nou ja, er was eigenlijk ook niks in die keuken, dus besloten we om ergens wat te gaan eten. Er was een leuk restaurantje waar we met Nicole en Hermien hebben zitten eten. Na het eten gingen we nog even naar het kerkje voor een stempel. Daar bleek de mis nog bezig te zijn en we schoven stilletjes in de banken. Aan het eind van de mis zong een pelgrim uit Paraguay een Ave Maria, om kippenvel van te krijgen zo mooi. Er waren daar ook heel wat mensen door ontroerd.

 

Dag 52 dinsdag 1 juni (O Cebreiro naar Triacastela)

Gelukkig hadden we goed geslapen. Er was buiten een dichte mist dus we konden de variant over de hoogte van de Monte Pozo de Area niet lopen en kozen dus voor de gewone route die veel langs de weg liep. Omdat het gisteren heel hard waaide en erg koud was dachten we dat het vandaag ook een koude dag zou worden, maar dat viel alles mee. Het was wel bewolkt maar de zon liet zich na een poosje toch weer zien. Na het stuk asfalt gingen we verder over een onverharde weg en door de bergen. Het was geweldig. Er liepen vandaag ook veel dagjes mensen. Tijdens een rustpauze zaten we tegen een weiland waar koeien te grazen stonden. Een van de koeien kwam op mij af en ik kreeg bijna een zoen achter mijn oren.

We hebben deze dag wat regelmatiger gestopt om te rusten maar vooral om te genieten. Het is schitterend. Toen we in Triacastela aankwamen was de refugio vol en er werd gevraagd of we er bezwaar tegen hadden om in een ruimte te slapen waar geen douche en toilet was. De keuze was snel gemaakt want we hadden geen puf meer om verder te lopen. In een schuur stonden nog een aantal stapelbedden en daar zouden we de nacht doorbrengen.

Voor de douche en toilet moesten we naar een ander gebouw. De laatste refugios zijn niet al te best. Ze zijn allemaal van de gemeente en voor een overnachting  wordt een donatie gevraagd. Ze kunnen veel beter een vast bedrag vragen en daar de boel een beetje van opknappen. Het ziet er allemaal echt niet uit, zelfs het wc papier ontbreekt. Voordat we om 19.00 uur naar de pelgrimsmis gingen heb ik naar mijn moeder gebeld die een staar operatie heeft ondergaan. Het ging gelukkig allemaal goed met haar. Bij deze refugio ontmoette we een echtpaar uit Nederland dat al 3 maanden onderweg was en vanuit hun woonplaats Heemskerk waren vertrokken. Om 18.45 uur gingen we op weg naar het pelgrimskerkje. De priester, Augusto Losada, stond al op iedereen te wachten en nodigde de mensen uit om zo dicht mogelijk bij elkaar te gaan zitten. Hij nam daar echt de tijd voor. Daarna begroette hij ons en een paar mensen groetten terug. Dat was kennelijk niet goed genoeg dus zei hij nogmaals “Buenos Tardes” en nu antwoordden alle mensen. Daarna vroeg hij uit welke landen we kwamen; Spanje, Frankrijk, Duitsland, Paraguay, Nederland  en nog wat andere landen. Een aantal mensen werd gevraagd om naar voren te komen en op een bankje te gaan zitten op het liturgisch centrum. Ook ik werd uitgenodigd en we kregen een tekst in onze eigen taal om voor te lezen. Mijn tekst was ‘de menselijke en spirituele dimensie van “de Weg”. Nadat dat allemaal geregeld was begon de mis met een kruisteken, gebed en schuldbelijdenis. Om beurten werden we gevraagd onze tekst voor te lezen en werden daarna weer naar ons bankje gedirigeerd. Hieronder volgt mijn tekst:

“De weg……wat zegt die? Dat hangt af van diegene die de weg zal gaan.

-         voor de ene zal het een sportieve weg zijn.

-         Voor de andere zal het een culturele vakantie zijn langs een bewegwijzerde route.

-         Voor nog een ander zal het een middel zijn om zich spiritueel of persoonlijk terug te vinden. Men heeft al de tijd om zich

     “persoonlijk” een vraag te stellen.

-         Tenslotte kan het ook voor iemand een zoeken zijn naar godsdienstige herbronning.

     Een ding is zeker: al wat je over ‘de weg’ droomde, komt anders uit. ‘De weg’, ben je zelf. Hij zal je jezelf leren kennen,

-         door de ontmoetingen met anderen, onderweg of in de refugios.

-         door de beperktheden van je eigen lichaam.

-         ‘De weg’ verplicht je om na te denken over wat je ‘kan’ en niet wat je ‘wilt’.

-         Bij de gelovigen zal hij zijn geloof in Jezus en de heiligen verdiepen en hen een juister gedachte geven over hun eigen fouten

     en deugden.

-         ‘De weg’ is universeel. Hij maakt deel uit van onze cultuur. Vanuit mijn priester zijn wens ik:

-         dat de mensen deugdzamer zouden zijn

-         dat ze minder fouten zouden maken

-         dat ze zich zouden herpakken wanneer ze zich vergissen

-         dat ze geloven uit liefde, en niet uit vrees (want als je bang bent, kun je niet liefhebben)

-         dat het geloof geen last, maar een verlossing mag betekenen.

 

Ik wens dat ‘de weg’ in je leven al de dingen brengt die je zoekt. Dat de merktekens op ‘de weg’ als tekens mogen blijven in je dagelijks leven. Dat je als ‘wegwerker’ meewerkt aan een betere wereld”.

 

Hierna werd een korte overweging in het Spaans gehouden, we begrepen dat het over het pelgrimeren ging. Bij het Onze Vader tijdens het tafelgebed werd iedereen gevraagd dit te bidden met open handen. De vredeswens was ook een beetje speciaal. De priester kwam naar ons toe en pakte allebei onze handen. Na de communie kregen we de tekst van een pelgrimszegen. Deze heb ik jammer genoeg niet meegekregen. Na de mis werd iedereen persoonlijk de hand geschud en de dames gekust. Deze priester deed alles met heel veel liefde voor de pelgrims.

 

Dag 53 woensdag 2 juni (Triacastela naar Sarria)

Doordat we een beetje afgelegen sliepen werden we pas om 7.00 uur wakker. In het restaurant hebben we ontbeten en gingen we pas om 8.30 uur op pad. Voor het ontbijt hadden we al fruit en yoghurt op dus we zaten aardig vol. We moesten gelijk een flinke stijging maken en dat viel niet mee met een volle maag. Het was bewolkt maar niet koud en al gauw ging er weer van alles uit. Het was weer een schitterende wandeldag met mystieke momenten. We hadden de zon achter ons en voor ons liepen we door mistflarden. Ook liepen er paden door het bos die nat waren van de druppels van de bomen. We kwamen bij een plek waarbij het water door een gaatje in de grond naar boven kwam. Heel bijzonder. Het laatste stuk was vervelend en vermoeiend. Bij een informatie punt voor pelgrims vroegen we naar een refugio. Er was er een van de gemeente en een particuliere. We kwamen als eerste bij die van de gemeente  aan en ik wilde eerst kijken of ik daar wel wilde slapen. Nou ik kreeg daar geen kans voor omdat ik gelijk terug geroepen werd door een medewerkster. Ik had ineens zo genoeg van die gemeentelijke instellingen dat  we meteen rechtsomkeer maakten. En stukje verder was een andere refugio en daar hebben we een goede plek gevonden.

Het is ons tijdens het lopen opgevallen dat herinneringen uit het verleden naar boven komen. Een heel stuk van ons leven ging aan ons voorbij. Jaap en ik hadden diezelfde ervaring. Het waren geen ernstige zaken en ze gingen ook weer weg. Een soort herkauwen van ervaringen.

 

Dag 54 donderdag 3 juni (Sarria naar Portomarin)

Na een heerlijk ontbijtje gingen we om 7.00 uur weer op stap. Het was wat mistig maar om te lopen heerlijk. Vandaag liepen we door 20 kleine dorpjes die door erfenissen steeds opnieuw verdeeld werden. Af en toe was het nog behoorlijk stijgen en dalen maar door de afwisseling van de dorpjes erg leuk. In deze dorpjes lijkt de tijd helemaal stil te hebben gestaan. Smoezelige vrouwtjes die op het land aan het werken waren of de geiten aan het hoeden. We kwamen langs een huisje waar een deken te luchten hing die ze volgens mij met de dieren deelden. Het zag er erg vies uit. We liepen ook regelmatig over corredoiras, dat zijn plaatsen waar we d.m.v. stenen over waterige gedeelten moesten.  We passeerden ook nog een minikerk in een minidorp. In het gehucht Brea liepen we langs de laatste 100 km paal. Dat was toch ook wel weer een pijlpaal. Er stonden veel pelgrims bij om foto’s te maken. Ook zagen we regelmatig horreo’s . Dat zijn kleine huisjes op een verhoging en zijn bedoeld als opslagplaats voor maïs.

 

Bijna elke dag dat we hebben gelopen werden we aangemoedigd door de koekoek die riep: ‘houdt vol, houdt vol’ (koekoek koekoek)

Voordat wij in Portomarin aankwamen liepen we op een stuwmeer af. Dit meer heeft er voor gezorgd dat het hele dorp afgebroken moest worden. Enkele gebouwen zijn weer opnieuw opgebouwd. Aan de stenen van de kerk kun je zien dat die allemaal genummerd zijn.

Onderweg beloofde Jaap mij dat in Portomarin een bubbelbad en een masseur zou zijn. Daar aangekomen vroegen we bij de informatie naar een hotel en vonden het al gauw. Kamer met bad op de gang. Jaap heeft gebubbeld maar de masseur liet nog op zich wachten. De kerkklok die aan de overkant van het hotel was had elk uur een  ‘Ave Marie’ als uuraanduiding. Als dat vanavond maar op tijd stopt! 

Toen we vanmiddag zaten te eten kwamen Nicole en Hermien bij ons zitten. We hadden hen sinds gisteren niet meer gezien. Gelukkig hadden ze weer geld en in het weekend werd het pasje van Nicole naar Madrid gestuurd en door een nicht die daar woont naar haar gebracht. Die nicht ging voor ons proberen in het klooster naast de kathedraal in Santiago een plaats te reserveren. Wij zijn benieuwd. Het is wel weer fijn om even alleen te zijn. Morgen slapen we weer in een refugio.

  

 

Dag 55 vrijdag 4 juni (Portomarin naar Palas de Rei)

In een hotel overnachten, geeft wel de nodige privacy, een heerlijk bad en toilet, geen last van snurkende medepelgrims, maar ik heb daar nog niet een keer lekker in geslapen. Ook vannacht dus niet. Misschien kan ik niet meer zonder andere pelgrims.

Na een lekker ontbijtje vertrokken wij om 7.30 uur. In het boekje stond dat de etappe van vandaag makkelijk zou zijn maar het was weer flink klimmen. Als ik eenmaal het goede tempo te pakken had ging het wel. Jaap had trouwens nooit last van het klimmen.

Het pad liep veel evenwijdig aan de C535 en die moesten we ook regelmatig zigzaggend oversteken. Over het algemeen was het een mooie route maar het schoot niet erg op. Toen we in Ligonde aankwamen was daar een refugio waar koffie geschonken werd en men gratis cassette bandjes kon meenemen met religieuze muziek. Het was een heerlijke plek om even te rusten.

Een stukje verder, het was inmiddels 12.30 uur, zagen we een restaurantje en we besloten daar te gaan eten, even uit die hete zon. Het bleek dat we nog drie uur moesten lopen en we vroegen ons af waarom het zo langzaam ging. Ineens wist ik het… we waren vandaag niet aangemoedigd door de koekoek, houdt vol, houdt vol!  Gekheid, het was gewoon veel te warm.

Eindelijk kwamen we aan in Palas de Rei. Bij de refugio zagen we Nicole en Hermien en die zeiden dat de refugio vol was. Binnen vertelden ze ons dat de volgende 3 km verder was. Nou dat zag ik echt niet meer zitten. Nicole ging met haar nicht bellen voor de reservering in het klooster in Santiago maar dat ging pas per 1 juli open, dus we waren nog te vroeg. O.k. weer geen nonnetjes.

Wij gingen op zoek naar een slaapplaats voor vannacht en vonden een hotel gelijk om de hoek. Voor € 30,-- per nacht , bad en toilet op de kamer. Heerlijk!

 

Dag 56 zaterdag 5 juni (Palas de Rei naar Arzúa)

Ik had eerder moeten zeggen dat ik niet goed sliep in een hotel want vannacht heb ik heerlijk geslapen. toen het alarm van de telefoon afging heb ik me dan ook nog een keer heerlijk omgedraaid. Na nog een warme douche gingen wij om 7.30 uur weer op pad.

Het leek wel of het nu al warm was. Gelukkig liepen we vandaag maar 15 km. Het eerste stuk moesten we een paar keer de snelweg oversteken maar daarna liepen we in een heerlijk bosgebied met eucalyptusbomen. Ik had in mijn leven alleen maar de takken ervan gezien die we gebruikten bij de bloemversiering in de kerk en ik dacht dat deze bomen alleen maar in Australië groeiden. Onderweg kwamen we een kleine refugio tegen waar we hebben ontbeten. Het was weer erg warm geworden en ik kreeg daar veel last van. Misschien zout te kort? Voordat we Melide binnenliepen gingen we nog over de middeleeuwse Magdalena brug. In Melida passeerden we eerst een kerk. We gingen daar naar binnen en daar zat een dame speciaal voor de pelgrims. Zij vroeg ons waar wij vandaag kwamen. Er was voor ons een briefje achtergelaten door Nicole en Hermien. Zij liepen een stuk door maar schreven dat de nicht van Nicole voor ons een hotel ging reserveren in het centrum van Santiago. We zouden telefonische contact houden want wij zien elkaar pas weer in Santiago. De refugio waar we zouden slapen was nog niet open dus de rugzakken gingen vast in de rij. Er waren hier slaapkamers met maar 8 bedden. De keuken was ook groot, je kon er alleen niets klaar maken. Er was maar 1 pan en een paar borden en geen bestek. We maakten het ons vandaag wat dat betreft makkelijk. We hadden al een paar dagen goed gegeten. Met vers fruit, brood en een toetje komen we al een heel eind. Vandaag hadden we het Duitse jonge stel weer teruggezien. Zij deden het ook op hun gemak en het ging goed met ze. Deze avond kwamen we in gesprek met een echtpaar uit Zuid Afrika.

Toen wij vanmiddag een dutje gingen doen was er veel lawaai op de straat en wij sliepen aan deze kant. In een zaal op de beneden verdiepen lagen wat matrassen en wij vroegen of wij daar de nacht mochten doorbrengen. Misschien dat het daar iets rustiger sliep.

 

Dag 57 zondag 6 juni (Arzúa naar Santa Irene)

Het was een vreselijke nacht. Er werd op deze zaal door de medepelgrims ook veel lawaai gemaakt. Het begon al met een man die binnenkwam en waarvan het leek of hij in ademnood was. Ik had dat een tijdje liggen aanhoren en ging toen toch maar bij hem kijken. Misschien had hij het wel erg benauwd. Toen ik bij zijn slaapplaats kwam vroeg ik of alles ok was. Hij lag gewoon met zijn telefoon en ging een uitgebreid gesprek voeren. Dat terwijl er al mensen lagen te slapen. Toen het allemaal stil was begon hij vervolgens te snurken. Volgens mij heb ik de halve nacht niet geslapen en om 6.00 uur ging de wekker al weer af. Na een fruit ontbijt gingen we om 7.00 uur op weg. Het was behoorlijk mistig maar weer lekker om te lopen. We liepen veel in de bossen en de eucalyptus bomen roken heerlijk. Om 11.30 uur kwamen we in Pedrouzo aan om te overnachten. Veel te vroeg en er zaten al veel Spanjaarden die er een 4-daagse stemming van maakten. We zetten de rugzakken in de rij en gingen op zoek naar een andere slaapgelegenheid want we hadden helemaal geen zin in nog een onrustige nacht. We vonden een hotel maar het was te duur voor dat moment en in deze stad. Het was er erg smerig en bovendien konden we nergens een beetje eten. We besloten om verder te lopen. Dat betekende dat we deze dag 30 km zouden maken en het was een gok of we onderweg iets tegenkwamen waar we iets konden eten. Maar alles liever dan bij al die Spanjaarden. Bij een cola automaat namen we een blikje voor de nodige energie en om even uit te rusten. Na het dorpje Salceda was een restaurantje langs de autoweg. Daar gingen we lunchen en zagen tot onze verrassing Ursula. Ik had toevallig aan haar lopen denken, zouden we haar nog tegenkomen?  Na het eten liepen we een heel stuk langs de weg. Ik vond dat niet leuk want het asfalt is erg hard en mijn voeten begonnen behoorlijk pijn te doen. Gelukkig vonden we snel het goede pad en liepen we weer door het bos. In Santa Irene klopten we aan bij een privé herberg “Alberque Santa Irene”.

Het was hier heerlijk rustig, schone opgemaakte bedden (dus geen slaapzak nodig) een heerlijke douche en een schone handdoek en we hebben er heerlijk gegeten. De vis zwom alleen in de olie en daar kan ik niet zo goed tegen. Dit was de mooiste refugio die we in Spanje hebben gezien. Voordat we gingen slapen wilde Jaap mij welterusten kussen maar stootte zijn hoofd tegen een plankje dat aan het bovenbed was gemaakt. Dat kwam zo hard aan dat hij daar een behoorlijk wondje van aan zijn hoofd kreeg dat nogal bloedde. Met een zwaluwstaartje had ik het een beetje bij elkaar geplakt.

 

Dag 58 maandag 7 juni (Santa Irene naar Santiago)

Een heerlijke nacht, lekker stil op de slaapzaal, alleen werd ik wakker met pijn en een vervelend gevoel op mijn maag. Dat was natuurlijk het eten van gisteravond. Toch heb ik geprobeerd wat van het ontbijt te eten. Het zag er allemaal heel verzorgd uit. Om 8.00 uur gingen we op stap. Het was weer mistig en een beetje miezerig. De weg begon in een eucalyptusbos maar we liepen ook regelmatig langs de weg en dat was niet zo geslaagd. In Pedrouzo hebben we koffie/thee gedronken, maar het ging in mijn maag nog steeds niet zo lekker. Nadat we weer op weg waren kwam de hele boel eruit en dat luchtte wel op. Het lopen ging voor mij erg moeizaam maar toch besloten we vandaag door te stoten naar Santiago. We wilden eerst in Monte de Gozo overnachten maar toen we de vreselijk grote refugio zagen hadden we daar geen zin in. In deze laatste plaats stond een groot monument ter herinnering aan het bezoek van de Paus in 1989 heel kolossaal.   Daar hebben we wat gerust en gegeten.Santiago was niet zo ver meer, we zagen in de verte een hele grote stad maar doordat er grote gebouwen stonden konden we de kathedraal nog niet zien.

In Santiago liepen we eerst langs straten die allemaal opengebroken waren, veel lawaai en veel stof. Daarna kwamen we bij een informatiecentrum voor pelgrims en wij gingen naar binnen om te kijken of er voor ons wat geregeld kon worden. We werden heel goed geholpen. Er werd voor ons een hotel gereserveerd, 15 minuten lopen vanaf het centrum. Toen werd gevraagd hoe we naar huis wilden gaan. We zeiden dat we dat nog niet wisten en dat dat een beetje van de prijs afhing. Zij ging voor ons naar de trein informeren en de prijs viel ons erg mee en werden er meteen kaartjes voor ons gereserveerd. Ik zei haar dat ze een engel was maar dat begreep ze niet zo goed. Na wat handen en voeten werk begon ze te lachen. Het was voor haar een kleine moeite en voor ons heel fijn. Het laatste stuk van de tocht werd niet goed meer aangegeven en we moesten de weg vragen. Ineens zagen we de kathedraal en het viel ons goed tegen.

Een groot, oud, bijna vervallen gebouw, waar het mos op groeide. Ik had wel mooiere kathedralen gezien. Nou, daar stonden we dan. Nog steeds niet lekker en heel erg moe. Er waren vreselijk veel toeristen en daar stonden wij dan met onze rugzak. In de kerk stonden we er een beetje verloren bij. Rijen met mensen die een pilaar wilden aanraken, ik heb daar niet zo veel mee. Ik kreeg het toen wel even te kwaad. Wel heb ik  de buste van Jacobus aangeraakt omdat ik dankbaar was voor de mooie, veilige tocht.  Ik was erg emotioneel. Toen we buiten kwamen  zagen we een pelgrim die we ook al een aantal keren waren tegengekomen. Wij keken elkaar aan, zij begon ineens te huilen en we vielen elkaar in de armen.

We gingen op zoek naar ons hotel dat voor de volgende 3 dagen ons thuis zou zijn. Eerst lekker slapen, douchen, boodschappen doen, iets eten en weer slapen. Morgen zien we wel weer verder.

 

Dag 59 dinsdag 8 juni

Het is wel een leeg gevoel dat we onze rugzakken niet meer hoeven te sjouwen. We gingen om 9.00 uur op weg om op zoek te gaan naar Nicole en Hermien.  Nicole is vandaag jarig en we wilden voor haar zingen. We kwamen eerst Ursula tegen en die vertelde dat zij hen had zien lopen en wees naar het plein. Wij snel daarheen en ja hoor, daar liepen ze. Na het zingen van ‘lang zal ze leven’ en de felicitaties gingen wij weer onze eigen weg. Lekker koffie/thee drinken, wat rond lopen en om 10.45 uur gingen we naar de kerk om alvast een goed plaatsje te hebben. Daar heb ik aan een gastdame gevraagd of mijn, van onze kerk meegenomen wierookkorrel, in het grote wierookvat mocht. Zij verwees mij naar de sacristie en daar probeerde ik aan een zuster uit te leggen wat ik met de korrel wilde. Met veel handen en voetenwerk snapte ze het en ging een emmer pakken waar hun korrels inzaten en vroeg of ik dat bedoelde. Zij vond het wel leuk dat een ‘peregrino uit Hollande’ deze vraag stelde. Ik mocht mijn korrel op de grote lepel leggen die dan later in het vat terecht zou komen. Ik was haar erg dankbaar. Om 11.30 uur begon er al een soort voorprogramma door gebed en gezang. Er kwamen een aantal priesters en namen op verschillende stoelen plaats waarbij men de gelegenheid kreeg om te gaan biechten. Ik had dat zo eens zitten bekijken, er stonden hele rijen mensen op hun beurt te wachten en ik vroeg mij af wat zij allemaal op te biechten hadden. Ik kwam voor mijzelf tot de conclusie dat ik 1185 km lang gebiecht had.

Om 12.00 uur begon de viering. De bisschop en 5 andere priesters gingen voor en wij werden in verschillende talen welkom geheten.  Toen werden alle landen waaruit pelgrims afkomstig waren en het startpunt vermeld. Het was een hele mooie en voor mij emotionele  viering. Het moment brak aan dat het wierookvat gebruikt ging worden. Acht mannen in rode mantels kwamen binnen en maakten het vat gereed. De bisschop deed de wierook op de hete as en toen ging het spektakel van start.

 

 

Terug naar de Reiki Website